Bijna de helft van de gemeenten gebruikt nog een ander elektronische identificatiemiddel voor burgers, blijkt uit het rapport Benchmark Digitale dienstverlening 2009 van Ernst & Young. Zo kunnen inwoners van Amersfoort bijvoorbeeld via een combinatie van het aanslagbiljetnummer en het burgerservicenummer een taxatieverslag van hun woning opvragen.

Eind 2008 werden gemeenten, waterschappen, provincies en het rijk het eens over het Nationaal Uitvoeringsprogramma Dienstverlening en e-overheid (NUP), een set maatregelen om overheidsdienstverlening te verbeteren. Afgesproken werd om uiterlijk 1 juni 2009 overal DigiD in te voeren als digitaal identificatiemiddel. In de NUP werd ook afgesproken dat alle overheidswebsites vóór 2011 moeten voldoen aan afgesproken, iets dat in de praktijk ook de nodige moeite oplevert voor gemeenten.

Diversiteit aan zelfontwikkelde alternatieven

Guill van den Boom van Ernst & Young noemt het "opvallend" dat 46 procent van de gemeenten nog niet voldoet aan de gemaakte afspraken. "Het gebruik van DigiD moet de toegang tot de overheid voor burgers transparanter en eenvoudiger maken. Het moet voorbij zijn met de diversiteit aan zelfontwikkelde alternatieven voor DigiD."

Verder blijkt uit het onderzoek van Ernst & Young dat de zoekmachines op de sites van de gemeenten niet goed werken. Informatie zou moeilijk vindbaar zijn, en daarnaast gebruikt 73 procent van de gemeenten meer dan één zoekmachine, een voor de totale website en één voor het digitale loket. Dat is verwarrend voor de gebruiker, vindt Ernst & Young.

Nieuw-Lekkerland

In de vorige week gepubliceerde ranglijst Overheid.nl Monitor 2009, die digitale dienstverlening meet, staat bij de gemeenten Nieuw-Lekkerland onderaan, en Capelle aan de IJssel bovenaan. De monitor van Overheid.nl onderzoekt met behulp van een checklist hoe overheidsorganen presteren op het gebied van de toepassing van standaarden, de mate van transparantie, elektronische dienstverlening, de mate waarin de burger centraal is gesteld en de toegankelijkheid.