In Nederland had vorig jaar 65 procent van de huishoudens toegang tot internet. Dat is 5 procentpunt meer dan in 2003. De helft van deze internetverbindingen betreft een kabel- of adsl-lijn, zo blijkt uit cijfers van het Centraal Bureau voor de Statistiek ( CBS). In 2003 was dat nog een derde. Vooral het aandeel van de adsl-gebruikers is in 2004 snel gestegen. Van de huishoudens met een internetverbinding heeft één op de vijf adsl. Dat is twee keer zoveel als een jaar eerder. Nog altijd werkt meer dan 35 procent van de huishoudens met internet via een analoog modem. Vorig jaar was dat nog ongeveer de helft van de internetters. Met het toenemend aantal mensen met een snelle verbinding, is ook het internetgebruik vorig jaar gestegen. In 2004 maakte 66 procent van de Nederlanders regelmatig gebruik van internet. Een jaar eerder was dat nog 62 procent. De gemiddelde Nederlandse internetter was vorig jaar zeven uur per week online. Driekwart van de Nederlanders heeft vorig jaar gebruikgemaakt van een computer. Gemiddeld hebben Nederlanders in 2004 zestien uur per week achter een pc. Dat is een uur langer dan in 2003. Nederland zit in de Europese top wat betreft het aantal mensen met snel internet. Volgens cijfers van Eurostat is alleen in IJsland en Denemarken het aantal huishoudens met een breedbandverbinding hoger. Hierbij moet wel worden opgemerkt dat Eurostat van slechts negen EU-landen vergelijkbare gegevens over breedbandinternet heeft.