In het regeerakkoord van 1998 werd vastgelegd dat er onderzoek moest worden gedaan naar het inzetten van internet bij het toegankelijker maken van overheidsinformatie. Onderzoek betekent in Den Haag dat je een commissie in het leven roept. In dit geval de Commissie Toekomst Overheids-communicatie onder leiding van een van de samenstellers van het regeerakkoord: Jacques Wallage.

Zo'n drie jaar later, afgelopen maandag om precies te zijn, presenteerde de Commissie-Wallage dan eindelijk haar rapport 'In dienst van de democratie'. De twee belangrijkste aanbevelingen: er moet meer informatie van de overheid beschikbaar komen en de overheid moet meer met de burger in discussie. Via internet natuurlijk.

Meer overheidsinformatie op internet kan natuurlijk geen kwaad. De vraag is echter welke informatie de overheid openbaar maakt. Het is niet denkbeeldig dat de ministeries de 500 miljoen gulden die de Commissie-Wallage jaarlijks vrij wil maken voor overheidscommunicatie, vooral zullen gebruiken voor propagandadoeleinden.

Politici staan doorgaans niet in de rij om hun onwelgevallige informatie naar buiten te brengen. Journalisten moeten steeds vaker naar de rechter stappen om via de Wet op de Openbaarheid van Bestuur (WOB) informatie op tafel te krijgen. Met andere woorden: de informatie waarop we zitten te wachten (de declaraties van Bram Peper, geheime onderzoeken naar de Bijlmerramp, een inventarisatie van het aantal telefoontaps) zullen we ook na de Commissie-Wallage niet op internet kunnen vinden.

Informatie waarvan ministers en ambtenaren liever niet hebben dat die op internet verschijnt, zullen ze niet opeens gaan publiceren omdat ze Wallage daarmee een plezier kunnen doen. Zeker Wallage zou dat moeten weten. Onlangs nog trok hij fel van leer tegen de criminele asielzoekers. Hij baseerde zich daarbij op een politierapport dat hij vervolgens weigerde openbaar te maken. Wallage neemt een van de twee belangrijkste adviezen uit zijn rapport zelf dus al niet serieus. Waarom zou het kabinet dat zijn rapport binnenkort bespreekt, dat dan wel doen?

Is de eerste aanbeveling van de Commissie-Wallage dus al rijkelijk naïef, de tweede lijkt helemaal van elke realiteitszin ontbloot. Als het aan de Commissie-Wallage ligt, gaan we namelijk flink in discussie met de overheid. Bij de komende kabinetsformatie zouden de regeringspartijen een aantal onderwerpen moeten uitkiezen waarover een brede maatschappelijke discussie moet ontstaan, zo stelt de commissie voor.

Of veel burgers zitten te wachten op een digitale discussie met de overheid, is de vraag. Bij discussiefora op internet waar ambtenaren, politici en burgers over beleidsonderwerpen kunnen discussiëren, blijft het doorgaans akelig stil.

Een van de meest ambitieuze projecten om burgers via internet bij de politiek te betrekken, was De Digitale Stad (DDS). Die werd tien weken voor de Amsterdamse gemeenteraadsverkiezingen van 1994 opgericht om discussies tussen politici en burgers te bevorderen. In die doelstelling slaagde DDS echter in het geheel niet. DDS werd weliswaar drukbezocht (wie contact wilde maken met DDS moest regelmatig een uur wachten, omdat alle lijnen bezet waren), maar de bezoekers kwamen niet voor de discussies over politieke onderwerpen. Ze zochten voornamelijk elkaar op, in de digitale cafés. Daar ging het vervolgens over van alles, behalve over de Amsterdamse gemeenteraadspolitiek. Informatie over de gemeente lieten de meeste bezoekers van DDS links liggen.

Echt verrassend is het niet dat burgers niet staan te trappelen om mee te mogen doen met allerhande vage digitale debatten. Op 'gewone' inspraakavonden komt doorgaans ook maar anderhalve querulant en een paardenkop af. Veel mensen hebben niets te klagen en de rest heeft de hoop dat ze dankzij inspraakavonden en digitale debatten enige invloed op het te voeren beleid kan uitoefenen al jaren geleden laten varen. Want wat schiet je er eigenlijk mee op? Als het er echt op aan komt, luisteren politici en ambtenaren namelijk liever niet naar de burger maar trekken ze hun eigen plan.

In de Volkskrant werd afgelopen weekend nog maar eens gerefereerd aan de brede maatschappelijke discussie die in de jaren tachtig over kernenergie plaatsvond. Plannen van het kabinet om drie kerncentrales bij te bouwen verdwenen pas in de ijskast, toen enkele weken voor de verkiezingen in 1986 in Tsjernobyl een kerncentrale ontplofte. Een ramp legt dus meer gewicht in de schaal dan jarenlange discussies. So much voor de invloed van de mondige burger.

De twee belangrijkste aanbevelingen van Wallage en consorten blijken bij nadere beschouwing dus naïef en onrealistisch. En dat terwijl de overheidscommunicatie via internet met simpele maatregelen toch een stuk beter kan. Neem iets simpels als e-mail beantwoorden. Misschien niet zo sexy, maar voor veel burgers die de overheid mailen, is het wel prettig dat het gebeurt.

De leden van de Commissie-Wallage zullen niet snel op zo'n idee komen. E-mail? Grootse, hemelbestormende plannen moeten er gemaakt worden! Een medewerker van het e-zine SmallZine stuurde half februari een mailtje naar de Commissie-Wallage. Toch maar even nagevraagd of hij ooit nog een reactie heeft gekregen. Het antwoord? 'Niks, nada, noppes.'