De grote glasvezelkabels die (onder meer en vooral) het internetverkeer langs de oceaanbodems leiden, raken verstopt. Binnen vijf jaar is de limiet van (naar verluidt) 100 terabits per seconde bereikt. Dat komt door de steeds maar groeiende consumptie van streaming video, zoals via Netflix. Het versterken van het lichtsignaal (amplifying) zoals in de afgelopen jaren is gedaan, raakt aan zijn grenzen en een oplossing ervoor bestaat alleen nog maar op papier.

De alarmerende backbone-verstopping stond centraal op een bijeenkomst van onderzoekers en kabeleigenaren in Londen afgelopen week. New Scientist tekende de situatie op en concludeerde dat het kantje boord wordt voor de kabeleigenaren en -gebruikers in het vinden van een oplossing voor het dichtslibben van de internetaders.

Het reconstrueren van het lichtsignaal

Zo is er het idee van de University College Londen om het vervormen en breken van het licht tijdens de reis door de kabel te compenseren. Dat kan door snelle berekeningen te maken hoe het licht wordt verstoord en dat te compenseren aan het ontvangende einde van de kabel. "Je krijgt een rommeltje licht binnen dat je dan digitaal moet reconstrueren", zegt onderzoekster Polina Bayvel.

Een andere optie is het maken van kabels met meerdere kernen die data kunnen doorsturen, dus meerdere glasvezels in een glasvezel persen. Dat is moeilijk en kostbaar omdat de kleine kernen hun vorm moeten behouden over kilometers lange trajecten.

De beide oplossingen werken op papier, maar de uitdaging is het theoretische model en de labtesten op te schalen naar commercieel uit te nutten producten. Daar hebben ze dus nog vijf jaar voor.