De lancering eind vorige week van de vernieuwde omroep.nl-site is niet zonder slag of stoot tot stand gekomen. De verschillende omroepdirecties mogen eendrachtig jubelen over een 'unieke en vruchtbare samenwerking' in Hilversum, hieraan is een lang traject van horten en stoten voorafgegaan. Deze laatste woorden zijn van Michel Mol, de internetcoördinator van de publieke omroep met de moeilijke taak de afzonderlijke zuilen op het internet te laten samenwerken.

Hierbij moet hij moeizaam balanceren tussen de verschillende belangen die spelen. In de oude situatie gingen de verschillende publieke omroepen voor een groot deel hun eigen gang, net zoals op tv en radio. Internet is er immers ter ondersteuning van de oude media, zo is hierbij de overweging. Voor de eindgebruiker betekende dit een bijna onontwarbare kluwen materiaal dat nauwelijks centraal toegankelijk was.

Veel van het werk van Mol is het afgelopen jaar in bestuurlijke hervormingen gaan zitten. Belangrijkste winstpunt was het afschaffen van het veto-recht van de omroepen. Nu is er nog slechts een tweederde meerderheid nodig bij beslissingen over internetprojecten. "Hierdoor kon onze handelings-snelheid met een factor twintig omhoog", aldus Mol.

BBC-model

De inhoud van de site is voor een groot deel nog de vrucht van de inspanningen van de internetredacties van de afzonderlijke omroepen. Dat zal voorlopig ook niet veranderen, zo zegt Mol. Hiermee staat hij tegenover de opvatting van oud-staatssecretaris Rick van der Ploeg die het BBC-model voorstond: geen afzonderlijke redacties, maar één centrale redactie.

Hier zien Mol noch de omroepen iets in. Mol streeft naar eigen zeggen naar een Omroep.nl waar in de omroepen elkaar versterken en aanvullen, zonder dat het pluriforme karakter verloren gaat. " Dat is juist de kracht van de publieke omroep. Niemand zit te wachten op bijvoorbeeld een gecombineerde popsite van de VPRO en de TROS." Ook bij een inhoudelijke samenwerking van bijvoorbeeld de EO en de VARA op het gebied van een onderwerp als euthanasie kan Mol zich weinig voorstellen.

Uitzondering was de VPRO, die op de meer neutrale gebieden geschiedenis en wetenschap samenwerking zocht met de NOS, NPS en Teleac. Bij de andere themakanalen is men nog niet zover, maar Mol is tevreden: "Het is uniek dat we twaalf ingangen presenteren die los van de afzonderlijke omroepen staan. Het is het resultaat van een heel vruchtbare samenwerking."

Ruim budget

Jaarlijks hebben de omroepen de beschikking over een budget van meer dan 28 miljoen euro voor hun internetprojecten, waarvan ruim 19 miljoen afkomstig is uit de centrale middelen van de publieke omroep en de rest beschikbaar wordt gesteld door de individuele omroepen.

Mol wil niets weten van de kritiek dat dit wel heel erg veel belastinggeld is voor iets wat eigenlijk commerciële partijen zouden moeten doen. "Kijk, we doen nauwelijks dubbel werk meer. Zo is de techniek al voor een groot deel gecentraliseerd. Laten we duidelijk zijn: er zit geen vet in. We opereren uiterst efficiënt."

Oorlog Irak

De huidige site is bepaald geen eindpunt. Mol en de internetbazen van de omroepen gaan de komende tijd veel onderzoek onder de bezoekers van de site verrichten om te zien wat er beter kan. Ook zal er nog meer worden samengewerkt, zowel op redactioneel als op operationeel en technisch vlak.

Bij het eerste noemt Mol een eventuele aanval op Irak. "Daar hebben we de plannen al klaar voor liggen. Er komt een gezamenlijke eindredactie." Ook op technisch gebied gebeurt er veel. Zo werken de omroepen nog met een aantal verschillende content management systemen, ondanks het feit dat de VPRO zijn publicatiesysteem MMBase beschikbaar heeft gesteld aan andere partijen. Inmiddels maakt het grootste deel van de omroepen al gebruik van dit systeem, evenals een groeiend aantal marktpartijen.

Ook noemt Mol uniforme chat- en forumtoepassingen voor de verschillende themasites. "Daar doen we nu nog heel weinig mee. We werken aan een centrale applicatie waardoor het eenvoudig wordt heen en weer te springen tussen de verschillende forums en chatkanalen." Een ander idee is om internetters recensies te laten toevoegen aan de programma's zoals die via de elektronische programmagids beschikbaar zijn.