De strijd tussen de Amerikaanse overheid en Microsoft kent een lange geschiedenis. Hoewel de recente rechtszaak - die werd aangespannen na klachten van Netscape over de manier waarop Microsoft de browser uit de markt drukte - verreweg de meeste publiciteit heeft gekregen, dateert het eerste onderzoek van de Amerikaanse overheid naar het machtsmisbruik van Microsoft al van begin jaren negentig.

In 1991 start de Federal Trade Commission (FTC), de Amerikaanse handelstoezichthouder, een onderzoek naar het softwarebedrijf na klachten van concurrenten. Twee jaar later, in 1993, wordt dit onderzoek van de FTC overgenomen door de antitrust-afdeling van het Amerikaanse ministerie van Justitie.

In 1994 komt dit onderzoek tot een eind als het ministerie van Justitie en Microsoft afspreken dat het softwarebedrijf pc-makers niet langer zal vragen om royalties af te dragen over elke verkochte pc, zelfs als het een computer zonder het besturingssysteem van Microsoft betreft.

De rechter die de afspraak moet goedkeuren, Stanley Sporkin, gaat echter niet akkoord. Volgens Sporkin toont de deal aan dat 'de Amerikaanse overheid niet bereid of in staat is om effectief om te gaan met een gevaar voor de welvaart van dit land'. Een beroepshof stemt echter wel in met de schikking tussen Microsoft en de overheid.

Achteraf blijken de strubbelingen uit de eerste helft van de jaren negentig slechts de opmaat te zijn geweest voor de grote antitrustrechtszaak die vanaf 1997 zijn beslag krijgt. De nieuwe rechtszaak is voor een belangrijk deel te wijten aan een grote strategische fout van Microsoft-topman Bill Gates.

Netscape

Gates ziet weinig in internet. Het resultaat is dat Netscape vrijwel ongestoord de grootste browser kan worden. Als internet toch een groot succes blijkt, besluit Microsoft ook een browser te maken: Internet Explorer.

Hoewel Netscape op dat moment een enorm marktaandeel heeft, kan Microsoft de achterstand snel inlopen. Het softwarebedrijf maakt daarbij handig gebruik van zijn dominante positie op de markt voor besturingssystemen. Microsoft levert zijn browser 'gratis' mee met Windows. Bovendien dwingt het softwareconcern computerfabrikanten om de browser mee te leveren. Zo wordt het Windows-gebruikers wel erg makkelijk gemaakt om over te stappen op Internet Explorer. Het downloaden van een browser kost in die tijd immers nog veel tijd (en geld).

In augustus 1996 vraagt Netscape het ministerie van Justitie om snel actie te ondernemen tegen Microsoft. Een maand later start het ministerie een onderzoek naar het machtsmisbruik door Microsoft. In oktober 1996 vraagt Justitie een federaal hof om Microsoft een boete van 1 miljoen dollar per dag op te leggen als het softwarebedrijf niet stopt met het bundelen van Windows en Internet Explorer.

In december 1997 beveelt rechter Thomas Penfield Jackson Microsoft in een voorlopige uitspraak om pc-makers niet langer te dwingen om Internet Explorer mee te leveren. Volgens Microsoft zou het bedrijf enorme schade oplopen als het aan het bevel van de rechter moet voldoen.

In januari 1998 laat een vertegenwoordiger van de overheid zien hoe eenvoudig het is om Internet Explorer te verwijderen. Microsoft probeert de rechter te overtuigen van het tegendeel. Jackson is allesbehalve onder de indruk van het pleidooi van de softwarereus.

Staten

Het ministerie van Justitie besluit in februari 1998 het onderzoek naar Microsoft uit te breiden. Ondertussen onderzoekt een aantal Amerikaanse staten of zij zich kunnen aansluiten bij de rechtszaak. De staten hebben in de jaren negentig veel succes met juridische acties tegen tabaksfabrikanten en denken samen ook een vuist te kunnen maken tegen Microsoft.

Microsoft probeert ondertussen aan te tonen dat het Amerikaanse publiek niets ziet in de antitrustrechtszaak. In verschillende kranten verschijnen opeens opmerkelijk veel ingezonden brieven en opiniestukken waarin betoogd wordt dat Microsoft gelijk heeft. De Los Angeles Times weet beslag te leggen op interne Microsoft-documenten waaruit blijkt dat het softwarebedrijf de spontane sympathiebetuigingen geheel orkestreert.

Het zal niet de laatste keer dat Microsoft probeert op een dergelijke doorzichtige manier de rechtszaak te beïnvloeden. In 2001 worden de openbare aanklagers van de staten die het in de rechtszaal opnemen tegen Microsoft, opeens overspoeld met brieven van boze inwoners van hun staat. De brievenschrijvers willen een einde aan de antitrustzaak.

Opnieuw blijkt de actie te zijn opgezet door Microsoft. Voor alle brieven geldt dat ze opvallende overeenkomsten vertonen. Hoewel ze er op het eerste gezicht vaak verschillend uitzien (verschillende lettertypes en kleuren, ander papier) blijken sommige zinnen steeds weer terug te keren. Bovendien blijken enkele brievenschrijvers al te zijn overleden.

Don Corleone

Microsoft heeft niet alleen dubieuze methodes om de overheid onder druk te zetten; ook de concurrenten van het bedrijf maken kennis met de onconventionele pressie van het softwarebedrijf, zo komt in april 1998 uit.

Microsoft blijkt Netscape tijdens een bijeenkomst in 1995 flink onder druk te hebben gezet om zich alleen te richten op andere besturingssystemen dan Windows. Netscape-oprichter Marc Andreessen vergelijkt het betreffende gesprek met een ontmoeting met Don Corleone, bekend uit de Godfather-trilogie. "Ik verwachtte dat ik de volgende dag een bloedend computerscherm in mijn bed zou vinden", aldus Andreessen. Volgens Microsoft klopt er niets van het verhaal van Andreessen.

Door de rechtszaak komt de lancering van Windows 98 in gevaar. In het nieuwe besturingssysteem is de browser meer dan ooit verweven, en dat mag nu juist niet van de rechter. Het ministerie van Justitie verwijt Microsoft dat het zijn besturingssysteem en de browser expres met elkaar probeert te verweven. Daardoor zal het moeilijker worden om de twee los te koppelen.

Microsoft vraagt een beroepshof om Windows 98 uit te sluiten van de voorlopige uitspraak van rechter Jackson. Het beroepshof geeft Microsoft zijn zin.

Antitrust

In mei 1998 besluiten het ministerie van Justitie en de procureur-generaals van twintig staten en het District of Columbia een antitrustzaak tegen Microsoft aanhangig te maken. Volgens het ministerie en de staten maakt Microsoft misbruik van zijn monopolie op de markt van besturingssystemen. Het softwarebedrijf zou zijn goede positie gebruiken om ook in andere markten een monopolie te verwerven. De overheid wil dat de verspreiding van Windows 98 gestopt wordt en dat Microsoft de browser loskoppelt van zijn besturingssysteem.

Rechter Jackson blijkt Microsoft niet gunstig gestemd. In augustus dwingt hij het bedrijf om zijn broncode voor Windows 95 en 98 beschikbaar te stellen aan het ministerie van Justitie. Sun, Intel en Apple getuigen eind 1998 dat Microsoft heeft geprobeerd om de markt voor internet-gerelateerde en andere software te verdelen.

Rechter Jackson dringt aan op een schikking tussen Microsoft en de overheid. In oktober 1999 stelt Jackson vast dat Microsoft een monopolie heeft. In april 2000 bepaalt hij dat het softwarebedrijf zijn monopoliepositie heeft misbruikt om de Amerikaanse antitrustwetten te overtreden.

Het ministerie van Justitie en de staten stellen voor om Microsoft op te breken in twee bedrijven: één bedrijf dat zich bezighoudt met het besturingssysteem, en een ander bedrijf dat applicaties (zoals een browser en een tekstverwerkingsprogramma) voor het besturingssysteem maakt. Rechter Jackson besluit in juni 2000 akkoord te gaan met het voorstel van de overheid: Microsoft moet gesplitst worden. Microsoft gaat tegen de uitspraak van Jackson in beroep.

Napoleon

Jackson zegt dat hem na het stuklopen van de onderhandelingen tussen Microsoft en de overheid niets ander restte dan het opsplitsen van het softwarebedrijf. De rechter vergelijkt Bill Gates in een interview in The New Yorker met Napoleon.

"Als ik zelf een oplossing had mogen bedenken, dan had ik Bill Gates veroordeeld tot het schrijven van een biografie over Napoleon, omdat ik denk dat hij eenzelfde denkwijze heeft als Napoleon als het over hemzelf en zijn bedrijf gaat", aldus Jackson.

Deze uitspraak wordt Jackson uiteindelijk fataal en speelt Microsoft in de kaart. Het beroepshof dat het beroep van Microsoft behandelt, fluit rechter Jackson terug. Met name diens publieke uitspraken over de zaak zijn de rechters van het beroepshof in het verkeerde keelgat geschoten. Microsoft hoeft niet opgesplitst te worden en Jackson wordt van de zaak gehaald. Een andere rechter moet besluiten over de straf voor Microsoft.

Die andere rechter wordt Colleen Kollar-Kotelly. Het ministerie van Justitie en de achttien overgebleven staten (New Mexico en Texas hebben opgegeven) laten in oktober weten dat zij niet langer de opsplitsing van Microsoft zullen nastreven.

Schikking

In november 2001 komt er meer goed nieuws voor Microsoft. Het ministerie van Justitie en negen van de achttien staten (Illinois, Kentucky, Maryland, Michigan, New York, North Carolina, Ohio, Louisiana en Wisconsin) bereiken een schikking met Microsoft.

De schikking is weinig verrassend, gezien de samenstelling van de nieuwe Amerikaanse regering. De nieuwe president Bush en zijn minister van Justitie Ashcroft hebben nooit iets gezien in de rechtszaak die door de regering-Clinton in gang is gezet.

De overeenkomst moet met name pc-fabrikanten een sterkere positie geven tegenover Microsoft. Het softwareconcern mag computermakers die software van concurrenten, (browsers of instant messaging-programma's) willen leveren op hun pc's niet meer 'straffen'.

Verder komen de partijen overeen dat Microsoft zijn serverprotocols openbaar moet maken, zodat serversoftware van derde partijen net zo goed met Windows overweg kan als de software van Microsoft zelf. Ook moeten de 'interfaces', de data waarmee ontwikkelaars Windows-compatibele code schrijven, voor browsers, e-mailprogramma's, im-software en mediaspelers openbaar worden gemaakt.

Om te controleren of Microsoft zich aan de overeenkomst houdt, wordt een panel van drie onafhankelijke computerexperts in het leven geroepen. Het panel krijgt onbeperkte toegang tot Microsoft-vestigingen en toegang tot alle informatie en documenten van de onderneming. De schikking heeft een looptijd van vijf jaar.

Uitgeklede versie

De negen andere staten verwerpen de schikking en besluiten de rechtszaak tegen Microsoft door te zetten. Rechter Kollar-Kotelly besluit de rechtszaak op twee verschillende sporen voort te zetten. Zij zal zich zowel buigen over de schikking als over de door de negen andere staten voorgestelde remedies.

De negen staten zetten tijdens het verloop van de rechtszaak vooral in op een 'uitgeklede' versie van het besturingssysteem van Windows. In deze gestripte versie zou de zogeheten 'middleware' moeten ontbreken.

Op die manier willen de staten een einde maken aan de koppelverkoop die Microsoft nu toepast: wie Windows koopt, krijgt daar automatisch allerlei andere programma's (zoals de Internet Explorer en de Media Player) bij. Zo breidt Microsoft nu zijn monopolie op de markt voor besturingssystemen uit naar andere markten, is de redenering.

Microsoft hanteert dezelfde argumenten tegen de uitgeklede versie van Windows als het eerder tegen het loskoppelen van Internet Explorer in stelling bracht: volgens het softwareconcern is de voorgestelde remedie technisch onmogelijk.

In juni vinden de slotpleidooien in de Microsoft-zaak plaats. Kollar-Kotelly heeft vervolgens ruim de tijd nodig om tot een beslissing te komen. Hoewel sommige Microsoft-watchers vermoeden dat ze zolang de tijd neemt, omdat ze de schikking tussen Microsoft en de overheid wil verwerpen, blijkt de rechter uiteindelijk toch in te stemmen met het in november vorig jaar bereikte akkoord.