Die vrees lijkt gerechtvaardigd na de aanvaarding in Wenen afgelopen week van een herziening van het Akkoord van Wassenaar. In dit internationale verdrag zijn de spelregels vastgelegd voor de exportbeperkingen van staatsgevaarlijke producten en technologie. De software die wordt gebruikt om gevoelige informatie te versleutelen past hier ook onder. De Verenigde Staten, dat tot de landen behoort met de strengste encryptie-beperkingen, hebben in Wenen gedaan gekregen dat ook de andere (32) ondertekenaars restricties opstellen voor de toepassing van versleutelingsproducten. In de VS moeten bedrijven een vergunning aanvragen als ze aan buitenlandse klanten software willen verkopen met sleutels die sterker zijn dan 56 bits (zie ook Vrij baan voor zwakke code). Volgens de ISOC.NL zijn de Verenigde Staten er in geslaagd om hun eigen regels grotendeels te handhaven en hun beleid te `exporteren'. Dat is goed nieuws voor Amerikaanse producenten van bijvoorbeeld programmatuur voor online-winkels, maar minder gunstig nieuws voor gebruikers van encryptie-software in Europa en elders. De Internet Society Nederland is `niet onverdeeld gelukkig' met de nieuwe regels in het Akkoord van Wassenaar. "Omdat het gebruik van encryptie per definitie kan worden versluierd en er altijd uitwijkmogelijkheden zijn, is ISOC.NL een tegenstander van beperkingen op het gebruik van versleuteling en verplichte deponering van sleutels", aldus bestuurslid Guikje Roethof. Tot nu toe kent Nederland geen beperkingen op het versleutelen van computerdata (zie ook Geen slot op encryptie).