Dat heeft het Gerechtshof in Amsterdam vandaag besloten. Het Hof vernietigde het vonnis van rechter R. Oribio de Castro in de zaak die de Buma/Stemra had aangespannen tegen KaZaA.

Volgens de Buma/Stemra faciliteert KaZaA met zijn programma het schenden van het auteursrecht. De software wordt voornamelijk gebruikt voor het uitwisselen van muziek, zonder dat daar auteursrechten voor worden afgedragen.

Oribio de Castro oordeelde daarom dat KaZaA maatregelen moest nemen om de schending van auteursrechten te stoppen. Als KaZaA daaraan geen gehoor zou geven, zou het bedrijf een fikse boete krijgen. De oprichters van KaZaA besloten daarop de software aan het Australische bedrijf Sharman te verkopen.

Beetje zuur

Dat was niet nodig geweest, zo blijkt nu. Het Amsterdamse Hof oordeelde in het hoger beroep dat KaZaA tegen het vonnis van Oribio de Castro had aangespannen, dat KaZaA niet verantwoordelijk kan worden gehouden voor de auteursrechtenschendingen van de gebruikers van het programma. "Voor zover sprake is van auteursrechtelijk relevant handelen worden die handelingen verricht door de gebruikers van het computerprogramma en niet door KaZaA."

Christiaan Alberdingk Thijm is zeer tevreden met de uitspraak, maar vindt de hele gang van zaken toch 'een beetje zuur'. Ook CEO Niklas Zennström stelt de uitspraak 'met gemengde gevoelens' te ontvangen. "Voor KaZaA komt zij te laat. Ik hoop dat muziekorgansiaties als Buma/Stemra voortaan wel bereid zullen zijn om afspraken te maken in plaats van naar de rechter te stappen", aldus Zennström

Het Hof heeft heel goed de verschillen tussen Napster en KaZaA ingezien, zo meent Alberdingk Thijm. "Bij Napster is er sprake van een centrale server, bij KaZaA is dat niet het geval. Bovendien speelde het feit mee dat met KaZaA niet alleen muziekbestanden kunnen worden uitgewisseld."

Praktische betekenis

"Bezien moet nog worden wat de praktische betekenis van het arrest voor KaZaA is", stelt KaZaA in een persverklaring. De uitwisseldienst zegt dat ze door de eerdere uitspraak gedwongen haar bedrijfsactiviteiten wereldwijd te beëindigen, waarna zij haar belangrijkste bedrijfsonderdelen heeft verkocht.

Dit wordt overigens ook door het Hof erkend: "Aangenomen mag worden dat zij hiertoe niet zou zijn overgegaan indien zij het in haar macht had op andere wijze aan het vonnis van de president te voldoen."

Dit betekent dat Buma een vonnis heeft geëxecuteerd dat niet geldig is, legt Alberdingk Thijm uit. "In theorie is Buma dus aansprakelijk voor de verkoop tegen een lagere waarde dan anders het geval zou zijn." Het is nog niet duidelijk of er vervolgstappen tegen de auteursrechtenorganisatie zullen worden genomen.

Buma/Stemra wil nog niet inhoudelijk op het vonnis reageren. "We moeten de uitspraak nog bestuderen", aldus een woordvoerder.