Dat is onder andere de uitkomst van een bijeenkomst van internetactivisten op de hackersconferentie Chaos Communication Congress in Berlijn. Hackers zien de ontwikkelingen in Hongarije al langer met lede ogen aan en willen nu meer actie.

Internet black-out

Er is grote bezorgdheid over het recentelijk aangenomen wetsvoorstel dat de Hongaarse regering de mogelijkheid biedt om boetes op te leggen als verslaggeving niet ‘gebalanceerd’ is. “Die boetes moet je eerst betalen en daarna kun je je daartegen verzetten”, vertelt Hongaarse hacker Stephane. Zijn echte naam houdt hij liever geheim. “Dat betekent dat je financieel ten ondergaat en dus bepaalde verhalen niet zult schrijven.”

Hij erkent dat het grootste gevaar voor papieren media is en niet voor websites. “Sites kun je verhuizen naar vriendelijke omgevingen en dat zie je ook gebeuren”, vertelt hij. “Toch gaat het om de vrijheden en dus willen we begin januari een dag lang zoveel mogelijk mensen vragen hun website te vervangen door een zwarte pagina. Als protest.”

Wanneer dat precies gebeurt willen de hackers nog afstemmen. “We hopen dat veel media meedoen, want mensen doen dit vrijwillig. We gaan niets platleggen”, stelt Stephane. Hij staat niet alleen in zijn oproep en krijgt steun van onder andere activisten van Digital Rights Watch.

Demonstreren

Maar op het congres werd ook traditioneler gedemonstreerd. Zo trokken zo’n 200 hackers om de Alexanderplatz heen in een demonstratie begeleid door tientallen politieagenten. Dat verzet richt zich op meer inbreuken, zoals de bewaarplicht verkeersgegevens, toenemende censuur op internet, massale bewaking van de burgers en de opslag van vingerafdrukken. Die bedreigingen van internetvrijheid geldt voor heel Europa.

Een van de bezorgdheden is dat de evaluatie van de bewaarplicht op niets gaat uitdraaien. “Er zijn rapporten waaruit blijkt dat met minder vergaande inbreuk precies hetzelfde is te bereiken, toch horen we dat de plannen zijn om door te gaan met de bewaarplicht”, vertelt Axel Arnbak van Bits of Freedom tegen Webwereld. Hij is een van de mede-organisatoren van de demonstratie.

National Security Letter

De problemen zijn niet louter Europees. Tijdens een toespraak vertelt Nicholas Merill over zijn tijd bij een internetprovider. In 2004 kreeg hij bezoek van een FBI-agent met een zogenaamde National Security Letter, waardoor hij informatie over een klant moest geven. De brief verbood hem er met iemand over te spreken.

Hij zocht hulp bij de American Civil Liberties Union om het spreekverbod op te hefffen. Na zeven jaar won hij uiteindelijk en mag nu vertellen dat hij de brief heeft gehad. Over een groot gedeelte – tot het geslacht van de FBI-agent aan toe - mag hij niets zeggen, omdat hij dan tien jaar cel riskeert. Daarvoor zal hij verder moeten procederen.

“Het kafkaëske is dat de zaak zo geheim was dat ik niet in de rechtszaal mocht zitten, omdat ik dan teveel informatie zou geven”, vertelt hij. “Toch loont het je te verzetten, omdat je niet wilt dat een overheid zo geheimzinning met de vrijheid van meningsuiting omgaat.” De bij zijn toespraak aanwezige hackers zijn het daar mee eens en geven hem een minutenlange staande ovatie. Ook Merill wil blijven strijden en richt een organisatie op, zodat internetproviders zich actiever gaan verzetten tegen inbreuken van de overheid.