Dat is de mening van telecomconsultant Rudolf van der Berg van Logica. Hij was tot enkele jaren geleden als beleidsambtenaar op het ministerie van Economische Zaken verantwoordelijk voor onder meer het aftaphoofdstuk van de Telecommunicatiewet. Volgens Van der Berg is die wet gebaseerd op te onduidelijk gedefinieerde Europese regelgeving. Daardoor weet de OPTA niet goed waar de grenzen precies liggen.

Aanbieders van openbaar toegankelijke communicatiemiddelen moeten zich verplicht registreren bij OPTA. Daardoor zullen ze ook moeten voldoen aan artikel 13 uit de Telecommunicatiewet, de bewaarplicht en het mogelijk maken van aftappen.

Onderzoek naarhotel-isp's

Naar aanleiding van een handhavingverzoek van een officiële isp doet de OPTA nu onderzoek naar tien hotels annex congrescentra, die mogelijk optreden als internetproviders. Dat zou kunnen doordat zij direct zijn aangesloten op de internetbackbone en bezoekers toegang geven via het eigen netwerk tot internet.

Van der Berg kent zo’n geval, al is het geen hotel: Ahoy. Dat congrescentrum is direct aangesloten op de backbone via NL-IX. Mocht het bezoekers, al dan niet via een wachtwoord, toegang geven tot internet via het eigen netwerk, is het technisch gezien een isp en zou het zich moeten laten registreren. Een van de belangrijkste aspecten is dat een dergelijke aanbieder in staat moet zijn het verkeer te routeren, zegt de telecomconsultant.

Waar ligt de grens?

Het is niet genoeg om te zeggem dat een aansluiting door meer mensen te gebruiken is. Dan is een telefoon in een café of een belwinkel ook een telecomaanbieder. Ook is het niet genoeg om naar het aantal klanten te verwijzen. Hierover zijn naar aanleiding van de Commissie Van Traa al kamervragen over beantwoord.

"Waar ligt de grens?", vraagt Van der Berg zich hardop af. “Is het anders als je 200 exposanten internetverbinding aanbiedt, of dat doet voor 200 hotelgasten?” Ook Mark Jansen, jurist IT-recht bij Dirkzwager Advocaten, ziet daarin een lastige opgave. “De OPTA en de rechter zullen elk geval op zijn eigen merites moeten beoordelen. De wet is niet uitgekristalliseerd.”

Wat is openbaar?

Ook is de vraag of een met wachtwoord beveiligde internetverbinding wel de OPTA-test zou doorstaan. Jansen: “Het gaat erom dat een niet gedefinieerde groep mensen gebruik zou kunnen maken van de internetverbinding. In veel gevallen kan iedereen een kaartje kopen voor een congres of een hotelkamer boeken. In welke gevallen het aanbod niet langer openbaar is, is nog onduidelijk.”

Van der Berg vindt de lopende actie van OPTA niet voor de hand liggend. “Waarom een pakket van 15 pagina’s sturen naar 10 hotels? Je kan er beter even langs gaan om de zaak te bepraten.” Hij heeft liever dat OPTA voor zichzelf en de buitenwacht meer duidelijkheid schept. “Kom met een beleidsnota, die duidelijk maakt hoe je er als OPTA tegenaan kijkt. En laat dan iedereen er maar wat over zeggen.”

Visie dient duidelijkheid

Die laatste oproep wordt gesteund door Jansen. “Het zou de duidelijkheid dienen als de OPTA zijn beleid in deze bekend maakt.” Hij wijst er bovendien op dat er nog maar weinig oordelen van rechters over deze kwestie zijn. Surfnet wist voor de rechter aannemelijk te maken dat het geen internettoegang aanbiedt in openbaarheid, maar Ericsson, dat toegang bood tot internet op een bedrijventerrein, liet het na eerdere bezwaren uiteindelijk toch niet aankomen op een rechtszaak. Daarmee bleef de visie van OPTA dat Ericsson in dit specifieke geval een "openbaar" aanbod doet, overeind staan.

Van der Berg vindt daarnaast dat de OPTA met een dergelijk beleidsdocument ook duidelijk kan maken waar het zijn taken ziet. “OPTA is een orgaan om de markt te ordenen. Maar is dit nu de markt die je als overheid wil ordenen?”