IBM is al jaren hoofdleverancier bij de Belastingdienst. In 2007 is al gebleken dat de overheidsdienst eigenlijk geen keuze heeft; door architectuurkeuzes uit het verleden kan er alleen gewinkeld worden bij IBM. Dat heeft staatssecretaris Jan Kees de Jager in november 2007 openlijk toegegeven in antwoord op Kamervragen.

Toch aanbesteding

Toch is de Belastingdienst op 12 oktober 2009 een openbare Europese aanbestedingsprocedure begonnen. Die is voor de levering, technische implementatie, onderhoud en beheer van een geïntegreerde suite voor it service management. De Belastingdienst was op zoek naar de echte 'visionairs' op dit vakgebied.

Kandidaten moesten drie referentieopdrachten bij verschillende organisaties aangeven. De referenties dienden "gezamenlijk aan te tonen dat de inschrijver over de noodzakelijke (technische) bekwaamheid beschikt". Op de aanbesteding was het Besluit 'aanbestedingsregels voor overheidsopdrachten van toepassing'.

Vier mededingers

Vier partijen hebben zich ingeschreven op de aanbesteding, waaronder HP, IBM en BMC Software Distribution. Op 26 mei heeft de Belastingdienst laten weten dat de inschrijving van IBM als de economisch meest voordelige is aangemerkt. BMC is als tweede geëindigd, HP als derde.

HP had daar moeite mee. Eén van de door IBM opgegeven referentieopdrachten had betrekking op een project van Vodafone Turkije. Dat was in de ogen van HP niet een oplossing die direct toepasbare, maar toch ook weer flexibele 'out-of- the-box', procesflows ondersteunt.

Aanvechten

HP heeft vorige maand de gunning van de opdracht aan IBM aangevochten. Het heeft formeel bezwaren aangedragen tegen het voornemen van de Belastingdienst om IBM in de arm te nemen. Eind juni heeft er nog een gesprek tussen HP en de Belastingdienst plaatsgevonden in verband met "de nog openstaande vragen en onduidelijkheden". HP vond dat haar bezwaren onvoldoende waren beantwoord.

Bij de rechter eiste HP dan ook dat de staat het voornemen om de opdracht te gunnen aan IBM moet intrekken. Verder eiste de ict-leverancier ook dat de staat de aanmelding van IBM zelfs geheel terzijde moet leggen, en de inschrijving van BMC opnieuw moet beoordelen. IBM zou niet voldoen aan de gestelde referentie-eis en daarmee ook niet aan de gestelde geschiktheidseisen.

De rechter heeft de vorderingen afgewezen. HP heeft haar stellingen volgens de rechter onvoldoende onderbouwd. Dit oordeelt de rechter mede met het oog op de gemotiveerde betwisting van HP's protest door de staat en IBM.

Geen prijsondermijning

In de dagvaarding heeft HP ook gesteld dat de door haar aangeboden prijs tweemaal zo hoog is als die van IBM. Dat kan betekenen dat IBM ‘strategisch’ heeft ingeschreven, hetgeen niet is toegestaan. Strategisch inschrijven is meedingen met een kunstmatig lagere prijs dan realistisch, waarbij de daadwerkelijke kosten later bijvoorbeeld bij 'overige posten' worden gefactureerd.

De rechter veegt ook dit bezwaar van HP van tafel. Het oordeel luidt dat uit de prijsstelling van IBM niet zonder meer kan worden afgeleid dat het bedrijf geen ‘gebruikelijke prijzen’ heeft gehanteerd. Dat zijn prijzen gebaseerd op normale kostprijzen met redelijke korting en toch ook redelijke winstmarges.

Update:

HP-woordvoerders laten Webwereld weten dat het bedrijf nog geen nadere informatie heeft over eventuele vervolgstappen.

Update2:

HP komt nog met de reactie het besluit van de rechter te respecteren en geen vervolgstappen te ondernemen.