De XEL-1 die Sony op de International Consumer Electronics Show (CES) demonstreerde, is slechts 3 milimeter dik en heeft een prima beeldweergave. In de VS en Japan is dit toestel al verkrijgbaar, maar de consument moet er diep voor in de buidel tasten: het 11 inch (30 cm)-model van dit apparaat kost ongeveer 2.500 dollar, wat aanzienlijk meer is dan een iets dikkere tv op basis van lcd.

Een prototype van een grotere Sony XEL-1 van 27 inch is ook getoond op de CES. Samsung demonstreerde eveneens twee verschillende schermgroottes (14 en 31 inch), maar moet er nog minstens een jaar aan sleutelen voordat het de apparaten op de markt brengt.

Achtergrondverlichting

Beide elektronicaproducenten gebruiken de oled-technologie (organic light emitting diode). Het grote voordeel ten opzichte van lcd-tv's is dat er geen geen achtergrondverlichting (backlight) benodigd is, wat gunstig is voor het stroomverbruik en waardoor nog lichtere en dunnere toestellen kunnen worden gebouwd.

Levensverwachting

Er kleven echter ook nadelen aan de oled-televisietoestellen, zo ondervond de Japanse lcd-tv-maker Sharp, die ermee experimenteerde. Zo is de levensverwachting van een oled-scherm met drie tot vier jaar een stuk lager dan die van andere toestellen. Sharp zal pas oled-tv's produceren als die periode is opgeschroefd naar minimaal tien jaar.

Verder is het ingewikkeld om massaal oled-tv's te produceren in de grote schermformaten die de consument tegenwoordig verwacht. Volgens Michael Troetti, topman van Sharp in de VS, is de tijd nog niet rijp voor oled-televisietoestellen.