Webservices maken het applicaties mogelijk met elkaar te communiceren via internet, onafhankelijk van de taal waarin ze zijn ontwikkeld en het platform waarop ze draaien. Op de World Wide Web Consortium ( W3C) bijeenkomst wordt gesproken over technieken waarmee deze webservices geautomatiseerd worden. Microsoft en IBM, die samen hun eigen techniek ontwikkelen, hebben besloten om niet mee te doen aan de bijeenkomst van de zogenaamde `choreografie werkgroep'. Volgens critici doen zij niet mee omdat W3C geen technologieën wil toelaten waar eventueel royalty's voor betaald moeten worden, zo meldt CNet. Volgens de vice-voorzitter van de werkgroep, Steve Ross-Talbot, zouden partners zo een vergunning moeten aanvragen en dat moet volgens hem ten alle tijden voorkomen worden. IBM zegt dat het de techniek, met als naam Business Process Execution Language for Web Services (BPEL4WS) goed wil laten keuren door een standaardencommissie en dat het een versie zal aanbieden die royalty-vrij is. Microsoft meldt dat het zijn ideeën over royalty's bekendmaakt wanneer BPEL4WS is ingediend bij een standaardencommissie. Intussen bekijkt de choreografie-werkgroep andere voorstellen, waaronder de Web Services Choreography Interface van Sun, Intalio, SAP en BEA. De werkgroep verwacht dat het binnen een jaar uitgewerkte choreografie-specificaties op tafel heeft liggen.