Het gaat om ontwikkelcentra in Engeland, Frankrijk, Duitsland, Polen en Hongarije. IBM draagt zorg voor de software, hardware en een team van specialisten. Die moeten kleinere bedrijven op weg helpen bij de ontwikkeling van Linux-producten. Linux is vooral erg populair bij toepassingen als webservers, maar IBM hoopt dat het open source besturingssysteem ook voor andere taken meer zal worden gebruikt. De ontwikkeling van Linux-software kan daarbij helpen. De komende vier jaar investeert IBM 200 miljoen dollar in het project. Als het een succes wordt, kan dat bedrag verder oplopen. Chipmaker Intel ondersteunt het project ook, met hardware en kennis. "We ondersteunen Linux van harte, en we willen dat meer mensen dat gaan gebruiken", aldus een topman van IBM tegenover de Financial Times. Dit betekent echter niet dat IBM afscheid neemt van Microsoft, zo benadrukken analisten. IBM wedt dus op twee paarden. IBM maakt supercomputer commercieel De 110 miljoen dollar kostende supercomputer van IBM – ASCI White – krijgt een commerciële variant. Eerdere versies van de RS/6000-systemen hadden vier processors per node, deze laatste heeft er 16. Hierdoor kunnen veel meer berekeningen per seconde worden uitgevoerd, hetgeen vooral handig is bij complexe statistische en wetenschappelijke berekeningen. Onlangs verkocht IBM een ASCI White aan het Amerikaanse ministerie van Energie. Met dit kostbare apparaat kunnen meer dan twaalfduizend miljard (12,3 triljoen) berekeningen per seconde worden uitgevoerd. Het maximale aantal processors bedraagt 8100.