In opdracht van het Amerikaanse ministerie van Justitie onderzocht het Center for Identity Management and Information Protection (CIMIP) van het Utica College in New York een aantal afgesloten identiteitsfraudezaken. Hoewel de helft van de bestudeerde identiteitsdieven gebruikmaakten van internet, was dit voor slechts enkelen de enige manier om informatie te verzamelen.

Verreweg de meeste fraudeurs bedienden zich van ouderwetse methoden, zoals het doorzoeken van vuilniszakken of het stelen van post. Andere informatiebronnen om achter persoonlijke gegevens te komen zijn vooral winkels en pompstations.

Internet of apparaten zoals digitale camera's en telefoons werden in de helft van de onderzochte zaken gebruikt. Slechts in 10 procent van de gevallen was internet het enige middel, bericht Ars Technica.

Daarbij moet wel worden aangetekend dat de CIMIP-onderzoekers maar weinig afgesloten zaken over 2005 en 2006 tot hun beschikking hadden. Mogelijkerwijs is het aantal internetfraudezaken in die periode dus toegenomen.