Die mening zijn veel juridische deskundigen en experts van de computerindustrie toegedaan. De aanklager, de Federal Trade Commission (FTC), een overheidsorgaan dat toeziet op eerlijke handel in de VS, richt zich op een beperkt aantal kwesties. Volgens analisten is Intel goed in staat om zich tegen de beschuldigingen teweer te stellen. De FTC besloot een week geleden tot een proces tegen Intel, omdat het bedrijf misbruik zou maken van zijn monopolie om concurrenten tegen te werken. Het bedrijf hield onder meer belangrijke kennis over nieuwe technogie achter voor klanten en concurrenten, zo meent de commissie. Intel levert de chips die het hart uitmaken van tachtig procent van alle personal computers die wereldwijd worden verkocht. Maar de aanklacht omzeilt de belangrijke vraag of Intel zijn afnemers dwingt tot koppelverkoop - bijvoorbeeld door ze te dwingen om bij de aankoop van microprocessors ook geheugenchips van Intel te kopen. Nathan Brookwood, een onderzoeker bij Dataquest, noemt deze aanpak een winstpunt voor Intel. "Het probleem dat de FTC naar voren heeft geschoven doet Intel niet werkelijk pijn. Het enige wat de federale overheid wil is dat Intel toegeeft dat het als monopolist sommige kennis niet voor zich mag houden." De FTC wijst in zijn aanklacht naar pogingen van Digital (in mei 1997), Intergraph (in november1997) en Compaq (in 1995) om Intel voor de rechter te slepen bij ruzies over patenten. Toen de drie bedrijven actie ondernamen, reageerde Intel door ze niet langer te voorzien van vertrouwelijke informatie over toekomstige producten. Die informatie hebben deze bedrijven hard nodig om hun eigen toepassingen af te stemmen op Intel-processors en andere hardware. Ook dreigde Intel geen chips meer te leveren aan de drie ondernemingen. Intel heeft de aanklacht van de FTC onterecht genoemd: het zegt dat het alle recht heeft om zijn concurrenten productinformatie te onthouden. Intel verwijt de federale waakhond via het proces nieuwe regels toe te willen voegen aan de anti-monopoliewetgeving. Deskundigen trekken vergelijkingen met de rechtszaak tegen de andere monopolist van het Wintel-duo, Microsoft. In deze zaak staat de softwarereus terecht wegens een hele reeks van vermeende misdragingen tegen concurrenten. Ook de koppelverkoop van Windows en Internet Explorer wordt aan de kaak gesteld. Volgens de experts heeft Intel zich al jaren voorbereid op eventuele stappen van de federale overheid. Personeel wordt al langere tijd getraind om klanten niet te agressief te behandelen in onderhandelingen over chipprijzen; er geldt een verbod op koppelverkopen; en klanten wordt niet verteld dat hun status verandert als ze ook geen andere producten van Intel afnemen, aldus onderzoeker Hutcheson van VLSI Research. Intel heeft besloten één zaak in elk geval niet af te wachten: het heeft beroep aangetekend tegen een voorlopige vonnis in de rechtszaak die het bedrijf Intergraph had aangespannen. Een rechter oordeelde dat Intergraph recht heeft op vertrouwelijke informatie van Intel die het nodig heeft om werkstations te bouwen die draaien op Intel-processors. Intergraph zegt dat Intel heeft geprobeerd om de onderneming onder druk te zetten de patenten op bepaalde chipstechnologie af te staan: het zou anders geen informatie meer vooraf krijgen over op handen zijnde producten van Intel. Intel zegt dat Intergraph niet heeft bewezen dat de marktleider een monopolie-positie heeft of concurrenten schade heeft berokkend. Diezelfde argumenten zullen worden aangevoerd tegen de aanklacht die de FTC heeft ingediend.