Breedband

Alle partijen vinden dat breedbandinternet zo snel mogelijk overal in Nederland moet worden aangelegd, maar ze zien daarin geen taak voor de overheid. De 'markt' moet de snelle internetverbindingen maar aanleggen, zo bleek al tijdens een discussie eerder dit jaar op The InterNetworking Event.

De partij die het meest genegen is om de overheid een actieve rol te laten spelen is D66. "Je moet het natuurlijk in de eerste plaats aan de marktpartijen overlaten", aldus D66-kamerlid Bert Bakker.

"Maar als blijkt dat er witte plekken blijven, dan ligt daar een taak voor de overheid. Daarbij zou je bijvoorbeeld kunnen denken aan subsidies of het overnemen van investeringen. Pas als dat allemaal geen zin heeft, zou de overheid de aanleg van breedbandinternet zelf ter hand moeten nemen."

Met name GroenLinks heeft echter twijfels over de interesse voor breedbanddiensten. "Je moet de vraag stellen of dergelijke diensten zichzelf wel terugverdienen", aldus GroenLinks-kamerlid Kees Vendrik. "Tot nu toe zijn er volgens mij nog maar weinig zinvolle producten die de aanleg van een duur glasvezelnetwerk rechtvaardigen."

Ook de SP ziet 'geen noodzaak' voor het aanleggen van breedband door de overheid. "Dat kunnen de industrie en de consumenten best zelf bepalen", aldus SP-kamerlid Harry van Bommel.

Van Bommel wil de internetters in gebieden waar nog geen breedbandinternet wordt aangeboden, wel op een andere manier tegemoet komen. "Je zou kunnen kijken of het niet de moeite waard is om een maximumprijs in te stellen voor telefoonkosten. Maar dat is voorlopig nog toekomstmuziek."

Spam

Spam, oftewel ongevraagde commerciële e-mail, is een bron van ergernis voor veel internetters. Ook de Tweede-Kamerleden worden naar eigen zeggen bedolven onder de spam. Toch komt het onderwerp spam alleen in de verkiezingsprogramma's van GroenLinks en D66 aan de orde.

GroenLinks bepleit een opt-in regeling voor spam: bedrijven mogen alleen nog maar reclame per e-mail versturen naar mensen die daar van tevoren expliciet toestemming voor hebben gegeven. Dat is een maatregel die verdergaat dan opt-out. Bij opt-out moet de ontvanger van spam de verzenders op de hoogte stellen dat hij de commerciële e-mails niet op prijs stelt.

Ook D66 vindt dat 'spam via e-mail' bestreden moet worden. "Hiertoe moet een soort elektronische ja/neen sticker voor de e-mailbrievenbus gerealiseerd worden", schrijven de democraten in hun verkiezingsprogramma.

Opt-out dus. Nee, dat is niet onze bedoeling, zegt Bert Bakker desgevraagd: "D66 is in Nederland, evenals in Europa, voor opt-in. Alleen maar als je vooraf toestemming hebt gegeven, mogen adverteerders je commerciële e-mail versturen." Ook de PvdA bepleit een opt-in regeling.

De VVD voelt daarentegen meer voor opt-out. "Er moet een soort digitale ja/nee-sticker komen", aldus Hella Voûte. Een opt-in-regeling noemt zij 'onhandig'.

Maria van der Hoeven (CDA) gaat nog een stuk verder en meent dat overheidsingrijpen niet nodig is. "Dit probleem moet door de branche opgelost worden. Dat is beter dan nieuwe wetten en regels. Vergelijk het met ongewenst drukwerk: daarbij hebben de bedrijven zelf ook een ja/nee-sticker ingesteld."

De SP is de enige partij die (nog) geen duidelijk standpunt heeft over spam. "We volgen de discussie over opt-in en opt-out met grote belangstelling, maar het is niet zo makkelijk om op dit moment al een definitief oordeel te vormen", aldus Harry van Bommel.

Overheid

De politieke partijen willen zonder uitzondering dat de overheid meer informatie en diensten beschikbaar stelt via internet. Vrijwel alle partijen willen 'zo veel mogelijk' overheidsdocumenten op internet zetten.

Bert Bakker van D66: "Behalve kamerstukken en wetten zou bijvoorbeeld ook het onderzoeksrapport van het NIOD naar de val van Srebrenica meteen volledig online moeten komen. De gemiddelde Nederlander gaat daar namelijk geen 225 euro aan spenderen."

Daarnaast wil D66 dat burgers via internet inzicht kunnen krijgen in wachtlijsten, verstrekte vergunningen, subsidies en de kwaliteit van diensten. De PvdA vindt dat burgers hun paspoort via internet moeten kunnen aanvragen. "Al moet je natuurlijk nog wel een keer op pad om het op te halen", aldus Marja Wagenaar van de PvdA.

De SP is het meest terughoudend. "Je hoeft niet alle overheidsdocumenten op internet te zetten", aldus Van Bommel. "Alleen als er veel vraag is, moet je dat doen. Denk daarbij aan het Ministerie van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieu (VROM) die via internet kan informeren over de uitgifte van vergunningen."

GroenLinks vindt wél dat er veel meer overheidsinformatie beschikbaar moet komen, maar pleit er ook voor dat de overheid op internet verwijst naar 'tegenstanders' van overheidsbeleid.

Daarnaast pleit GroenLinks voor 'een publiek domein waarin nieuwsvoorziening, overheidsinformatie en het gehele culturele erfgoed van Nederlandse musea in principe voor het grote publiek toegankelijk zijn op het internet'.

De VVD stelt voor om het mogelijk te maken om online aangifte te doen. Dat voorstel krijgt bijval van alle andere partijen. "De overheid moet veel klantvriendelijker worden", aldus Hella Voûte van de VVD. "Je zou een vergunning met een druk op de knop moeten kunnen aanvragen."

De paarse partijen willen dat stemmen via internet zo snel mogelijk wordt ingevoerd. Al bij de provinciale-statenverkiezingen in 2003 zouden de eerste testen moeten plaatsvinden. Bij de volgende landelijke verkiezingen zou het dan overal mogelijk moeten zijn.

Hoewel de andere partijen het elektronisch stemmen ondersteunen, zien zij nog wel een aantal obstakels. Met name Van der Hoeven (CDA) heeft twijfels. "De overheid moet er aan de ene kant zeker van zijn dat iemand niet twee keer een stem uitbrengt, en aan de andere kant moet de anonimiteit van de stemmers gegarandeerd worden. Technisch is dat heel ingewikkeld."

Om dezelfde reden heeft Vendrik (GroenLinks) zijn bedenkingen. "Het moet mogelijk blijven om een hertelling aan te vragen. Met stembiljetten kun je dat altijd doen, maar bij elektronisch stemmen wordt dat lastig."

Lees ook de eerste bijlage over 'Internet en de verkiezingen'. Met daarin aandacht voor auteursrechten en privacy.