Zij hebben een nieuwe techniek ontwikkeld voor het versturen van datapakketjes over internet: Fast TCP. Om van dit nieuwe systeem gebruik te maken, is geen nieuwe hardware vereist, zo meldt het wetenschappelijke tijdschrift New Scientist op zijn site Fast TCP borduurt voort op het Transmission Control Protocol (TCP) systeem dat nu wordt gebruikt voor het internetverkeer. Het uit de jaren zeventig stammende protocol breekt grote bestanden op in kleine pakketjes van zo'n 1500 bytes, elk voorzien van het adres van de verzender en de ontvanger. De verzendende pc verstuurt een pakketje en wacht vervolgens met het sturen van een volgend pakketje tot er bericht terugkomst dat de ontvanger de eerste 1500 bytes goed heeft binnengekregen. Komt er geen reactie, dan wordt het eerste pakketje nogmaals verstuurd, maar dan op halve snelheid. Dit proces (inclusief de vertraging) blijft zich herhalen tot het pakketje wel aankomt. Kleine problemen met de verbinding kunnen op die manier voor grote vertragingen zorgen. Met Fast TCP denken de onderzoekers van het California Institute of Technology (Caltech) de vertragingen te kunnen ondervangen. Fast TCP houdt voortdurend in de gaten hoe lang een pakketje er over doet en gebruikt deze informatie om de pakketjes met de hoogst mogelijke snelheid door te sturen zonder dat er gegevens verloren gaan. De eerste test met Fast TCP werd in november gedaan. De onderzoekers verzonden bij die gelegenheid data over een afstand van 10.000 kilometer met een gemiddelde snelheid van 925 megabits per seconde. Met TCP bedroeg de snelheid 266 megabits per seconde. Door 10 Fast TCP systemen aan elkaar te knopen, werd de snelheid zelfs opgevoerd tot 8,6 gigabits per seconde, 6000 keer de capaciteit van een gewone breedbandverbinding. Meer informatie over Fast TCP (pdf-bestand) is te vinden op de site van Caltech.