Zestig procent van de internetgebruikers is niet bezorgd over de hoeveelheid persoonlijke informatie die online terug te vinden is. Ongeveer eenzelfde percentage gaf aan geen moeite te doen deze gegevens te beperken, terwijl slechts één op de vijf actief probeert om de online privéinformatie in te dammen. Dit blijkt uit onderzoek van de The Pew Internet & American Life Project (pdf) onder Amerikaanse internet gebruikers.

Internetters worden zich wel meer bewust van hun digitale identiteit. Bijna de helft (47 procent) googelt zichzelf wel eens. Vijf jaar geleden was dit nog maar 22 procent. Vooral jongere gebruikers en hoger opgeleiden houden graag hun digitale identiteit in de gaten.

Oude bekenden

Meer dan de helft gebruikt internet om andere mensen in de gaten te houden. Het meest wordt gezocht naar oude bekenden die uit het oog verloren zijn. Elf procent gaf aan wel eens gezocht te hebben naar gegevens van collega's, concurrenten of sollicitanten.

Volgens Pew geven de resultaten aan dat persoonsinformatie verandert in het web 2.0 tijdperk. Naast namen, adressen en telefoonnummers vormen ook zelfgemaakte content zoals video, foto's en tekst tegenwoordig een hoeksteen van de digitale identiteit. Van de ondervraagden gaf 72 procent aan vooral op zoek te zijn naar contactgegevens van individuen.

Belangrijk voor werk

Maar drie procent googelt regelmatig zijn eigen naam. Het grootste gedeelte van de groep die zichzelf online in de gaten houdt, heeft nog slechts één of twee keer naar zijn eigen online gegevens gezocht. Zestig procent vindt informatie terug in zoekmachines, 38 procent zoekt wel naar zichzelf, maar blijkt verstoken van een online bestaan.

Eén op de tien internetgebruikers doet aan online zelfpromotie, meestal rondom het werk. Ook in dit geval zijn hoger opgeleiden eerder geneigd hier aandacht aan te besteden. Bijna twintig procent van de werkgevers stimuleert online zelfpromotie en hebben daar zelfs richtlijnen voor opgesteld.