Het Internet of Things heeft nog een lange weg te gaan voordat de technologie opgegroeid is. Van wearables tot industriële sensors en consumentengadgets, zijn zowel gebruikers als leveranciers nog aan het uitzoeken wat de technologie voor ze kan betekenen. Volgens sommige analisten is de IoT-markt in 2020 goed voor een jaaromzet van 255 miljard euro en een totale marktwaarde meer dan 7,5 biljoen (!) euro.

Maar interessant genoeg loopt deze relatief jonge markt nu al tegen een groeiend probleem van ouderdom aan. Dat ligt, enigszins ironisch, aan de 'Things' van deze markt zelf, die snel achterhaald raken. In tegenstelling tot veel andere producten, verouderen ze heel snel.

Vergelijking met analoge markt

Neem zo'n gouden Apple Watch, een duur statussymbool dat tussen de 10 en 15 duizend euro kostte. Een traditioneel gouden horloge zou een erfstuk worden en generaties in een familie overgedragen worden. Deze editie kwam in 2015 uit en bij de bekendmaking van Apple Watch OS 5 is duidelijk geworden dat dit dure horloge vanaf dit najaar al niet meer ondersteund zal worden.

Dit zou allemaal geen verrassing moeten zijn. Sterker nog, de meeste tech-redacteuren vroegen zich al meteen af waarom iemand zoveel geld zou uitgeven aan een horloge dat na twee jaar achterhaald zou zijn. Het werden er uiteindelijk drie, maat het punt blijft. Maar hetzelfde basisprobleem geldt voor de meeste IoT-producten, niet alleen de ultradure.

Zo'n Apple Watch is geen groot probleem en eenvoudig op te lossen. Het veel meer voorkomende en lastige issue heeft te maken met IoT-apparaten die ergens zijn uitgerold waar ze lastig zijn te vervangen. Denk bijvoorbeeld aan de medische sector, die nu al worstelt met apparaten en besturingssystemen die ernstig zijn verouderd - laat staan als ze te maken hebben met dingen die 2 á 3 jaar meegaan.

Achterhaalde apparaten

Of neem de onveilige pacemakers waar we vorig jaar over schreven. Een half miljoen medische apparaten moest toen worden teruggeroepen vanwege een kwetsbaarheid en het ging niet om een sensor of een los apparaat, maar om een implantaat verwerkt in een menselijke borstkas. Het is op z'n zachtst gezegd een hele onderneming om zulke IoT-apparaten te vervangen.

Het issue gaat veel dieper dan horloges en pacemakers. Slimme auto's hebben systemen aan boord die het einde van hun levensduur véél sneller bereiken dan de wagen waarin ze zijn geïnstalleerd. (Denk aan auto's die nog een cassettespeler in het dashboard hebben zitten en trek dat door naar 2035 met een systeem van nu.)

Updates versus hardwarerefresh

En het wordt alleen maar erger. Kijk naar industriële sensoren die van levensbelang zijn om IoT-telemetrie af te leveren van moeilijk bereikbare plekken, waar het lastig, duur, of zelfs gevaarlijk is om het apparaat te vervangen. Ja, remote updates afleveren kan het probleem van veel gevallen oplossen, maar soms moet je de hardware zelf repareren of vervangen.

Er zijn oplossingen te bedenken. Wat dacht je van modulariteit voor iets als een Apple Watch? Door functionele onderdelen te gebruiken, waarvan iedereen op de hoogte is dat ze periodiek moeten worden vervangen, zou je een bijzondere behuizing en andere componenten kunnen behouden, zodat aanschafte 'Things' minder snel verouderen.

Nadenken over levensduur

Dat betekent natuurlijk dat de Watch lomper en groter zou worden, en dat de prestaties mogelijk negatief worden beïnvloed. Maar aan de andere kant: je kunt ze langer gebruiken. Dat lost dus niet alle problemen over IoT-veroudering op, maar het is een begin. Nog belangrijker is dat gebruikers en leveranciers nadenken over de levensduur van het apparaat en wat er gebeurt als ze kapotgaan of de voortschrijdende technologische innovaties van updates niet meer kunnen bijbenen.

Het punt is dat we iets aan de huidige IoT-aanpak moeten veranderen, want IoT is te nieuw en veelbelovend om dit soort snelle veroudering toe te staan.