Levy vergelijkt het belang van de Ipod met dat van de uitvinding van de trein, telefoon en pc. In zijn boek, dat volgens de New York Times soms lijkt op een grote Apple-advertentie, bespreekt Levy de Ipod in negen hoofdstukken met titels als 'Cool', 'Personal' en 'Identity'. De hoofdstukken staan in de vier versies van het boek in verschillende volgorde, een eerbetoon aan de shuffle-functie van de Ipod.

De subjectiviteit blijkt volgens de New York Times onder andere uit het achterhouden van belastende feiten over Jobs, om hem als held te presenteren. Levy schrijft onder andere 'met één slag veranderde hij de aard van tv-programma's', verwijzend naar Jobs' zet in 2005 om televisieafleveringen via Itunes te verkopen.

Levy schrijft de Ipod grote psychologische krachten toe. 'Speellijsten zijn karakter', filosofeert de schrijver. Volgens de journalist kan persoonlijkheid worden afgeleid uit de muziek waar men naar luistert. Sterker nog – persoonlijkheid kan gevormd en gewijzigd worden door de muziekkeuze. De shuffle-functie dwingt volgens de auteur tot een constante 'hercontextualisatie'.

Volgens de Times bespreekt Levy kort de zwaktes van de Ipod – het ontbreken van een aan/uit-knop, zwakke accu's, de kosten, maar ook stelt hij de retorische vraag: "Hoe vaak maakt iemand iets dat zo goed is, dat het niet verbeterd kan worden?" Het antwoord van de Times: nooit.