De hoofdvoorraad IPv4-adressen is nu officieel op. Gister zijn de laatste vijf blokken aan internetadressen op basis van het huidige interprotocol (IP) uitgegeven. Hoofdregistrar IANA (Internet Assigned Numbers Authority) heeft die blokken van elk ruim 16 miljoen adressen toebedeeld aan de vijf Regionale Internet Registratie-instanties (RIR’s).

Spaarzaam

IPv4 is dus officieel op, maar de daadwerkelijke adressen zijn nog lang niet op. De RIR’s gaan ook spaarzaam om met de nu toebedeelde laatste adresblokken, meldt de Stichting IPv6 Nederland in het persbericht over het opraken van de wereldwijde hoofdvoorraad. Internet-backboneproviders en de daar weer onder hangende isp’s krijgen slechts mondjesmaat nieuwe adressen toegewezen.

De verwachting is dat er nog tot vijf jaar aan IPv4-adressen is. Dit zijn wel blokken die in reserve worden gehouden in het geval van migratiecalamiteiten.

In sommige gebieden kan het opraken wel vrij snel gaan. Met name in Azië groeit internet snel, net als het aantal op internet aangesloten apparaten zoals bijvoorbeeld smartphones. De RIR voor Azië (APNIC) kwam ook eerder dan verwacht toe aan zijn aanvraag voor een nieuw blok IPv4-adressen.

Het heeft er 2 van de resterende 7 aangevraagd bij IANA. Volgens een eerder gemaakte afspraak tussen deze registrars is er een kantelpunt wanneer IANA nog maar 5 blokken over heeft. Zodra dat zover is, worden de laatste 5 blokken onmiddellijk toebedeeld aan elk van de 5 werelddelen.

Eind deze zomer

Volgens de Stichting IPv6 Nederland is de verwachting dat Azië met de huidige voorraad IPv4-adressen nog toekan tot eind deze zomer. Internetproviders kunnen dan geen nieuwe IPv4-adressen meer aanvragen. De voorraad van de gevraagde 2 blokken plus de ene van de laatste 5 blokken zijn dan gereserveerd. Dat is op isp-niveau en dus ook nog niet echt op.

De Europese RIR (RIPE NCC) heeft nog voorraad tot eind dit jaar, aldus de Stichting IPv6 Nederland. Zodra de voorraad van de RIR’s op is, hebben isp’s volgens het huidige distributiebeleid voor IP-adressen nog een werkvoorraad voor zo’n 3 maanden. Dat is dan op het niveau van de isp-klanten, waaronder bedrijven en ook kleinere isp’s.

IPv6 nu echt invoeren

De oplossing voor het opraken van de IPv4-adressen is overgaan naar opvolger IPv6 (IPv5 is er nooit van gekomen), met veel meer adresruimte dan de voorganger. Die overstap staat al jaren op stapel, maar veel isp’s, telecombedrijven en leveranciers netwerkapparatuur zijn daar traag in. De noodzaak was er wel, maar nog niet dringend genoeg.

De Stichting IPv6 Nederland stelt ook dat IPv4- en IPv6-systemen niet direct met elkaar kunnen communiceren. Dat is echter een van de IPv6-mythes. Toch heeft dit de invoering van het nieuwere protocol vertraagd. Volgens de stichting is een versnelde IPv6-invoering nu echt noodzakelijk, om een tweedeling van het internet te voorkomen in een IPv4- en een IPv6-gedeelte.