Dankzij de meest recente expeditie kunnen Internetters over de hele wereld aan het einde van deze maand live meemaken hoe de 45-jarige Amerikaanse alpinist en skiër Craig Calicona vanaf de top van de berg naar het basiskamp zal glijden. Calicona moest een soortgelijk avontuur vorig jaar afblazen omdat het slechte weer het hem niet mogelijk maakte de top te bereiken. Technisch directeur Declan Caulfield zegt dat de expeditie bovendien tot doel heeft Mount Everest zijn eerste Internetadres te geven. "We brengen ons eigen satellietgrondstation en `net routers' mee en voor de eerste keer zal Everest met het Internet verbonden zijn". De ervaringen van de mislukte expeditie van vorig jaar komen het team nu goed van pas. Zo is de apparatuur op een aantal plaatsen aangepast. Daarnaast is gebleken dat het oorspronkelijke plan om via een draadloos netwerk live beelden vanaf de top uit te zenden in verband met de weersomstandigheden niet haalbaar is. "Craig zal een digitale camera bij zich hebben op de top en zal met ons in contact staan via satelliettelefoon en radio, maar er zullen geen live plaatjes zijn van hetgeen hij daar kan zien", zegt Caulfield. "Wat we wel hebben is een webcam die gericht is op de top. We hebben een standplaats gevonden waar vandaan, als het weer goed is, we Graig op de top moeten kunnen zien. We hopen zeker het grootste deel van zijn afdaling met deze camera te kunnen vastleggen." Het expeditieteam hoopt dat het weer zodanig is dat de afdaling per ski plaats vindt tussen 20 en 30 september. In het basiskamp voert men tekst en plaatjes in over de gebeurtenissen en een halve minuut later staan die op de site. Bezoekers van de website van de expeditie kunnen de poging live meemaken. Er zijn ook plannen voor online `vraag-en-antwoord'-sessies vanuit het basiskamp zodat expeditieleden en Internetgebruikers met elkaar kunnen chatten. Minder frivool dan het ultimate skiing event zijn de doelstellingen van de expeditie van het Massachusetts Institute of Technology (MIT) die al maanden op Mount Everest bivakkeert. Zo plaatsten leden van de expeditie een GPS-ontvanger voor satellietnavigatie op de top en richtten ze vier weerstations op de flanken van de berg in. Zij zenden allemaal live data terug naar een MIT website. Met de toegepaste GPS-techniek wordt onder andere gepoogd om de top jaar na jaar exact te meten terwijl de berg beweegt op de aardschollen. Een aantal bergbeklimmers van het team droeg speciale `bio packs' waarmee hun gezondheid in de gaten werd gehouden. De observatiegegevens werden naar het basiskamp gestuurd en vandaar werden ze doorgezonden naar de website. Volgens Michael Hawley van het MIT is het project van groot belang voor de ontwikkeling van `tele-geneeskunde'. "We wilden aantonen dat waar je ook bent je toch kan worden geobserveerd en worden behandeld door doktoren. De data die we vrijwel onmiddellijk ontvingen zouden kunnen worden doorgespeeld naar ieder ziekenhuis ter wereld", aldus Hawley. Het MIT is van plan de `bio-packs' nog kleiner te maken, terwijl ze de informatie langer moeten kunnen doorgeven. Het systeem dat nu wordt gebruikt weegt ongeveer een kilo en kan zestien dagen lang data verzenden over een afstand van circa dertig kilometer. In de toekomst zal het zo klein zijn dat ouderen en zieken ze continu kunnen dragen. Het zal dan zelfs mogelijk zijn dat de apparatuur zelf de hulp van een dokter inroept als de toestand van een patiënt verslechtert.