Net zoals jeugddromen tijdens het opgroeien, lijkt de 'Java: een legende-voor-zijn-tijd' op een ramkoers te liggen met de realiteit. En de realiteit is deze: in een bedrijfstak die wordt geregeerd door concurrentie en veeleisende klanten werken consortia niet. En zeker het consortium dat niet zozeer de klant als wel het slaan van het sterkste jongetje uit de buurt tot doel heeft, kan het schudden. Oh, zeker, Java leek geweldig. Het had de steun van grote ondernemingen, met de opmerkelijke uitzondering van Microsoft. Ontwikkelaars zouden programma's schrijven in Java en gebruikers zouden die draaien op om het even welke hardware omdat Java zich niet had bekeerd tot een specifiek platform. Althans, zo luidde de theorie. En dat dit. Met Java kan je alle grote applicaties gewoon in 'nergensruimte' parkeren en kleine computertjes downloaden vrijelijk en snel alleen die gedeelten van de applicaties die de gebruiker nodig heeft. "Voor iedereen en naar behoefte." Schreef Karl Marx dat niet? Roer eens met een lepeltje door Java, tenminste door het beeld dat de 'as' Sun-Oracle-IBM heeft geschetst. Het krijgt steeds meer trekken van het Unix van de late 90er jaren: een veelheid aan versies en variaties, maar weinig overeenstemming onder de makers van al die variaties. Met name Hewlett-Packard is doende met de ontwikkeling van een onafhankelijke, op Java gebaseerde virtuele machine en een `class libraries voor ingebedde systemen. Ondertussen probeert Sun, de ontwerper van Java, nog steeds iedereen ervan te overtuigen dat Java echt 'open' is, ondanks dat het bedrijf er de eigenaar van is en zich opstelt als toezichthouder op elke belangrijke Java-ontwikkeling. Microsoft is, uiteraard, aan het stoeien met plannen om van Java een kwieke assistent van Windows te maken. Het probleem staat, zoals Shakespeare al neerpende, niet in de sterren geschreven. (Waarbij Sun uiteraard één van de sterren is.) Het ligt daarentegen in de aard van een alliantie die is gesmeed om te reageren op een concurrent, Microsoft in dit geval, in plaats van op de vraag van de markt. Het probleem van consortia is dat zij het zaad van hun eigen ondergang in zich dragen. Ze bestaan uit bedrijven die op z'n best tijdelijke geallieerden zijn. Zoiets als het Franse Vichy-bewind en Duitsland in de veertiger jaren. Uiteindelijke doen tijdelijke geallieerden wat natuurlijk is: elkaar bevechten. Geloofde Sun nu werkelijk dat HP, eerst en vooral een hardware-fabrikant, uiteindelijk niet alles in het werk zou stellen om de inspanningen van zijn meest uitgesproken concurrent in de 'Unix-sfeer', namelijk Sun, te weerstreven? Herinner je je de oprichting van de Open Software Foundation nog? Daar stonden al die uitgesproken concurrenten uit die tijd, Digital, IBM en anderen, hand in hand op het toneel te poseren voor de persfoto's die gewag moesten maken van hun coalitie die.., ja, wat zou die eigenlijk gaan doen? Beter software maken? Nee, ze maakten een verenigd front tegen Unix. Uiteraard strandde deze poging. Herinner je je de Micro Channel Architecture? Wat was dat nou weer, een goede PC-muizenval? Of de veelvuldige uitingen van wederzijdse vijandschap tussen IBM en Compaq in de slag om de PC-hardware heerschappij? Het was duidelijk: Compaq en IBM knalden met de koppen tegen elkaar in plaats van een race tegen elkaar te houden waarbij de computerconsument werkelijk voordeel aan had. Die inspanningen liepen uiteindelijk ook op niets uit. Java zal mogelijk om meer praktische redenen uiteen vallen. Computerworld schreef vorige week dat de Java-ontwikkelgereedschappen nog in de kinderschoenen staan, met een flinke achterstand op andere ontwikkelingsgereedschappen. Ik zeg dat het alleen maar een volgende onmogelijke alliantie is die terecht uit elkaar valt. Bewerking: Huib Zegers