In een proces dat door Sun is aangespannen hebben beide partijen gisteren getuigenverklaringen afgelegd. De hoorzitting, waarin bewijsmateriaal wordt verzameld, wordt vandaag voortgezet. Donderdag zullen Microsoft en Sun hun verklaringen voorleggen aan de rechter die dan moet besluiten of hij voorlopig de distributie zal verbieden van Windows 98 en Visual J++ 6.0, een ontwikkeltool voor Java-applicaties. Centraal in het proces staat de beschuldiging van Sun dat Microsoft zich niet heeft gehouden aan de voorwaarden voor het gebruik van Java in zijn besturingssysteem en programma's. Microsoft heeft een versie van Java ontwikkeld die is geoptimaliseerd voor Windows. Het touwtrekken spits zich toe op de vraag of Microsoft daartoe het recht had. Bob Muglia, senior vice-president van Microsoft voor applicaties en tools, gaf gisteren toe dat het licentie-contract dat in september 1996 met Sun werd gesloten zijn bedrijf niet impliciet het recht geeft om Java aan te passen of een `dialect' van de programmeertaal te ontwikkelen. Dat Microsoft in de onderhandelingen die vooraf gingen aan de licentie-overeenkomst wel had gepleit voor die `bewegingsvrijheid' doet niet ter zake, zo moest Muglia toegeven: de softwarereus dient zich te houden aan het contract. Volgens de topman heeft Microsoft echter wel voortdurend ervoor gepleit om de Java-technologie naar eigen inzichten uit te breiden, zodat ontwikkelaars applicaties kunnen maken die specifiek onder Windows draaien. Dat gebeurde in de aanloop naar de licentie-overeenkomst en van de zijde van Sun zijn daar nooit bezwaren tegen ingebracht. Muglia zei ook dat zijn bedrijf daarbij voortdurend in de gaten heeft gehouden of het bleef voldoen aan de eisen die Sun stelt aan de compatibiliteit van Java-toepassingen. Het aantal Windows-specifieke uitbreidingen is om die reden beperkt gebleven, meent Muglia. Vandaag komt topman Baratz van JavaSoft, de Java-divisie van Sun, aan het woord. Hij heeft al eerder tegengesproken dat Microsoft de vrijheid had gekregen om Java uit te breiden of aan te passen. Master ruimt het veld De speciale onderzoeker die door de rechtbank was benoemd in de rechtszaak tussen Sun en Microsoft is afgetreden. De gepensioneerde rechter John Flaherty zou bepalen welke documenten die door beide partijen zijn ingebracht openbaar kunnen worden gemaakt. Flaherty legde zijn functie neer nadat was gebleken dat het pensioenfonds van zijn advocatenfirma aandelen heeft in Microsoft. De rechter zou beschuldigd kunnen worden van belangenverstrengeling. De rechtbank moet nu op weg naar een nieuwe special master. Het proces waarin een definitief vonnis wordt geveld zal pas medio volgend jaar van start gaan. De juridische procedure in San José betreft alleen de wens van Sun om een voorlopig verbod op producten van Microsoft waarin Java is verwerkt.