Van Bergen vraagt naar een verzoek van horecaonderneming aan de OPTA om registratie als bieder van directe internettoegang ongedaan te maken. De OPTA heeft dat geweigerd. Van Bergen wil ook alle documenten die met die weigering te maken hebben.

Het is de zoveelste nieuwe scene in de soap rond het onderzoek van de OPTA naar illegale aanbieders van directe internettoegang in de horeca. Dat onderzoek begon in oktober nadat de eerder genoemde onbekende partij na de weigering van de OPTA zijn registratie te schrappen, een aantal andere bedrijven noemde die eenzelfde dienst aanboden.

Van Bergen heeft naar aanleiding van het onderzoek een eerste wob-verzoek gedaan om de naam van de klager openbaar te krijgen, maar dat weigerde OPTA. Wel heeft het de documenten vrijgegeven, waarbij de naam van de klager onleesbaar is gemaakt. Naar aanleiding van dat document doet de jurist nu een tweede wob-verzoek.

Aftappen van internetverkeer

Binnen de Telecomwet zijn aanbieders van directe internettoegang, zoals KPN, verplicht zich te registreren tegen een bedrag van 250 euro per jaar. Die registratie is nodig volgens de OPTA om controles te kunnen uitoefenen op onder meer de bewaarplicht. Ook kunnen die geregistreerde partijen, als justitie dat nodig vindt, een verzoek tot het aftappen van het internetverkeer krijgen.

Het onderzoek naar 19 partijen in de horecasector, waaronder hotels en congrescentra, heeft in eerste instantie niets opgeleverd. Er werd geen registratieplicht vastgesteld. Maar in een ander onderzoek heeft het Agentschap Telecom boetes uitgedeeld omdat sommige providers die op de registratielijst van de OPTA staan, zich niet zouden hebben gehouden aan de bewaarplicht.

Verkeerde interpretatie

Volgens Van Bergen is dat juist een probleem: de registratielijst bevat veel partijen die strikt genomen niet tot de echte internetserviceproviders horen. “Zowel OPTA als Agentschap Telecom gaat mogelijk uit van een verkeerde interpretatie van de Telecomwet”, zegt hij. “Maar die wet is dan ook niet toegerust om op een juiste manier te worden toegepast in het internettijdperk.”

Volgens Van Bergen is het volkomen onduidelijk wat er verstaan wordt onder een isp. “Is een aanbieder van een mailserver, of aanbieder van VoIP-diensten een isp?” Hij zegt dat op de huidige rergistratielijst van de OPTA zelfs bedrijven staan die kabels in de grond leggen. “Als het over het aanbieden van internettoegang gaat, over welke laag hebben we het dan? Gaat het om KPN? Of ook over Gmail of Skype?”

De jurist zegt dat de OPTA niet met de brede, maar vage wetbeschrijving om kan gaan. Daardoor zou willekeur op de loer liggen. “Ik wacht nu de reactie op mijn beroep op de wet openbaarheid van bestuur (wob) af. Aan de hand van de informatie in de gevraagde documentatie bepaal ik wat mijn volgende stappen zijn. Er moet toch meer duidelijkheid komen in deze materie.”