Dat schrijft het MDI in het jaarverslag 2005 (.pdf-bestand). Marco Huges, directeur van het Meldpunt Discriminatie Internet, vindt dat de informatie van Justitie over de voortgang van zaken 'erg summier' is. Daarnaast duurt het volgens Huges veel te lang voordat het Openbaar Ministerie beslist of ze stappen gaat ondernemen.

Het Meldpunt Discriminatie Internet controleert na meldingen van discriminatie eerst zelf of de uiting nog online staat. Als dit zo is, en de uiting staat op een Nederlandse site, dan onderzoekt het MDI of deze mogelijk in strijd is met de anti-discriminatie-artikelen in het Wetboek van Strafrecht. Is dit ook het geval, dan neemt het MDI contact op met de beheerder van de bewuste site met het verzoek de beledigende tekst te verwijderen. "Als de tekst niet verwijderd wordt, kijken we of we aangifte kunnen doen", aldus Marco Huges.

In 2005 kwamen 1300 meldingen binnen bij het Meldpunt Discriminatie Internet. Dat is bijna eenderde minder dan in 2004. Volgens Hughes heeft dat twee redenen. "De moord op Theo van Gogh in 2004 heeft geleid tot een explosie aan haatzaaiende mededelingen op internet, waardoor het aantal meldingen toen erg hoog was. Daarnaast werd in 2004 drie keer op grote schaal extreem rechtse spam verstuurd, wat leidde tot enkele honderden meldingen. In 2005 vond slechts één keer een grootschalige extreem rechtse spam-actie plaats."

Ondanks de kritiek signaleert het MDI in 2006 een 'kleine verbetering'. "Zo zijn er in de eerste maanden van 2006 al drie veroordelingen geweest wegens discriminatie op internet", aldus Hughes. Hij doelt daarmee onder andere op weblogger Ertan en de maker van de Housewitz-clip.

Het Nos Journaal toonde woensdag beelden van weblog Geenstijl.nl terwijl er gesproken werd over 'extreem rechtse websites'. Op het blog wordt al volop gefulmineerd tegen de 'fout' van de Nos. Ook Marco Huges is duidelijk: "Wat je ook van van Geenstijl vindt, het is geen extreem rechtse website."