De zaak is ooit aan het rollen gebracht door een ex-werknemer van Oracle. Die klokkenluider heeft in 2007 al bekend gemaakt dat het bedrijf fikse kortingen gaf aan zakelijke klanten, maar die niet doorvoerde in overeenkomsten met de Amerikaanse overheid.

De verplichting tot een dergelijke gelijkschakeling van kortingen zou opgenomen zijn in contracten die zijn afgesloten met de inkooporganisatie van de overheid. Oracle zou die overeenkomsten met de centrale inkoopdienst, de General Services Administration, dus hebben geschonden.

Tweede aanklacht

De ex-werknemer van Oracle, Paul Frascella, heeft de zaak al in 2007 voor de rechter gebracht. Dit jaar heeft het ministerie van Justitie zich al gevoegd bij die zaak. Toch besluit het departement nu toch om zelf ook een rechtszaak te beginnen.

Het gaat om de periode 1998 tot aan 2006. In die tijd heeft Oracle met diverse overheidsinstanties contracten afgesloten. De totale waarde daarvan bedraagt enkele honderden miljoenen dollars. Zakelijke klanten hebben in die periode kortingen van 20 tot 40 procent gekregen, zo heeft Oracle altijd gezegd. In de praktijk liepen die kortingen soms op tot wel 70 procent. De overheid heeft dus fors teveel betaald.

De belastingbetaler

De aanklacht van Justitie tegen Oracle noemt diverse juridische vormen van fraude. De softwareleverancier wordt beschuldigd van onder meer vooropgezette fraude en fraude door nalatigheid. Daarnaast wordt het beticht van onrechtmatige verrijking.

In een nadere verklaring zegt een juridisch woordvoerder van het ministerie dat het de zaak zeer serieus neemt. Dit vooral omdat uiteindelijk de belastingbetaler - zowel particulier als bedrijf - opdraait voor dergelijke oneerlijke praktijken.