Het gekibbel tussen de kabelaars en glasvezelboeren gaat door. Na de rel over een breedbandrapport vol fouten en onwaarheden betwijfelt de kabelbranche nu op zijn beurt uploadstatitieken van Reggefiber.

Vorige week verspreidde Reggefiber bij de opening van het glasnet in Zeewolde onderstaande figuur. Daar was uit op te maken dat de glasvezelklanten van OnsNet Nuenen samen net zo veel uploaden als downloaden.

De snel groeiende uploadbehoefte is één van de belangrijkste marketingargumenten van Reggefiber. En dus ook één van de argumenten die NLkabel tegen de haren instrijkt. Direct uitte de tv-kabelwereld twijfels. Dit kon niet waar zijn, meende NLkabel, die bedrijven als UPC, Ziggo, Delta en Cai Westland vertegenwoordigt.

Er was een balkje op de figuur zwartgemaakt. Dat was verwijderd en eronder stond Edutel. Het ging, luidde de beschuldiging, om peering tussen OnsNet Nuenen en provider Edutel en niet om een beeld van gebruikersverkeer. Dat was het startsein om het te gaan uitzoeken.

Zou het gaan om een peering-verbinding van provider Edutel en niet om een beeld van gebruikersverkeer?

Router van Edutel

Een instantie met veel kennis van de internationale verhoudingen in netverkeer oordeelde als volgt: fo1-ehv-r05 is een router van Edutel. `De suggestie dat het hier een (peering) relatie met Edutel betreft is hiermee wel aangetoond. Het is al onwaarschijnlijk is dat er in Nuenen een groep gebruikers leeft die (als geheel) net zoveel uploadt als downloadt, maar deze grafiek vormt daar zeker niet het onomstotelijk bewijs voor. Het zou kunnen kloppen, maar al blijft het uitzonderlijk.”

Dat voorgelegd aan Reggefiber. Die bleef erbij: "Het is dus echt symmetrisch verkeer van gebruikers. Kortom: we meten in het access netwerk, nog voordat het verkeer bij Edutel in haar routers komt."

Uploadbehoefte is echt

Ook Jan Davids, voorheen van KPN, nu directeur Corporate en Business Development van Reggefiber zegt dat download en upload in evenwicht zijn. “Reggefiber levert Wholesale transport diensten op haar glasvezelnetwerk aan Service Providers. We hebben geconstateerd dat op de Interconnect met deze Service Providers het Internet verkeer (exclusief telefonie en IPTV) symmetrisch is.

Het verkeer wat wij kunnen zien komt van klanten en gaat naar klanten, waar het in het Service provider domein heen gaat kunnen wij niet zien. We kunnen ook niet zien wat voor soort verkeer dit is en dit is voor Reggefiber ook niet relevant. Wat onomstotelijk vaststaat is de symmetrie tussen up en downstream verkeer.

De uiteindelijke gebruikers, de klanten van de Service Providers, zijn een normale mix van de Nederlandse bevolking, gezien het feit dat er een hele gemeente of zelfs meerdere worden aangesloten en gemeten. De populatie van de steekproef is zo groot dat aangenomen kan worden dat er een reguliere mix van de bevolking woont."

Terug naar NLkabel

Terug naar de tv-kabel, die het nog steeds moeilijk kan geloven. “Wij vinden het een boeiend plaatje, maar kunnen het niet zo goed begrijpen. Er zijn drie vragen waar we het antwoord niet op hebben:

1. Het plaatje laat als gezegd een erg laag gemiddeld en maximaal verbruik up/down per gebruiker zien. Bij de kabelbedrijven is dat gemiddelde verbruik in ieder geval veel hoger. Nuenen wordt bediend via een 1Gig verbinding, blijkt uit de codering boven het plaatje. Als alle 7.000 Nuenense huishoudens hun verbinding tegelijk maximaal zouden gebruiken is dit 700 Gb. Dit betekent dat Onsnet een overboekingsfactor van 1:700 gebruikt.

2. UPC en Ziggo bieden aan hun zakelijke klanten symmetrische producten aan via glasvezel. Op de zakelijke markt zou je eerder symmetrisch gebruik verwachten dan op de consumentenmarkt. Maar het verkeer op deze zakelijke verbindingen is absoluut niet symmetrisch. Zelfs daar wordt meer gedownload dan geupload.

3. In de Peer2Peer-wereld is het zo dat er altijd door een P2P client verbinding wordt gelegd met de snelste peer om te downloaden. Aangezien Nuenen 100Mb up biedt zou het zo maar kunnen dat er veel P2P clients over de hele wereld contact leggen met Nuenense seeds om P2P content vandaan te halen. Dit zou een hoge upload traffic kunnen verklaren. Nuenen: de P2P content leverancier van de wereld - als het gemiddelde verbruik tenminste niet zo laag zou zijn.”

Skype supernode?

We gaan te rade bij Hendrik Rood, deskundige van Stratix en allesweter op dit gebied. Kan het beeld van Nuenen kloppen? Zo ja, betekent dit niet een enorme dominantie van p2p -verkeer?

Hendrik Rood zegt op de eerste plaats dat torrents hun beste tijd hebben gehad: “Het echte big-file geweld zit tegenwoordig bij websites als Megaupload/Megavideo en die werken gewoon over het world wide web.”

Hij vult aan: “De kans bestaat dat Skype ongevraagd een supernode bij een van de gebruikers in Nuenen heeft, omdat veel gebruikers daar zonder NAT-router via Ethernet aansluiten en dan publieke IP-adressen op de PC hebben. Skype meet de prestatie en maakt de besten tot supernode. Je moet echt je eigen verkeersmeter aan hebben staan om te zien dat dit actief is, omdat het allemaal in RAM draait.”

Het wordt uitgezocht

Symmetrie is goed mogelijk volgens Rood: “Symmetrisch verkeer is in het verleden al geconstateerd op netten van studentenhuizen met bijvoorbeeld 4.000 kamers op 100 Mbit/s symmetrisch in 2003. De campus in Twente had zelfs meer uitgaand dan inkomend verkeer doordat er massaal lokaal gehost werd. Ik zou dus niet zo snel van vervalsing door Reggefiber spreken.”

Bovendien heeft Rood een principieel technische voorkeur voor symmetrie van verbindingen: “"Niets in het TCP/IP protocol hindert het optreden van symmetrisch verkeer. Dat is vroeger altijd normaal geweest. Asymmetrisch verkeer is abnormaal."

Wat denkt Edutel ervan? Het bedrijf handelt verkeer af voor glasvezelnetten en is eind 2009 in stilte overgenomen door Reggefiber. Dat is dus geen onafhankelijke partij. Marketingmanager Bart van der Kolk: “Het beeld klopt echt van symmetrie.”

Vanwege bestandenruil? “Dat weten we niet, maar we hebben naar aanleiding van deze discussie besloten om dat te gaan meten. We gaan Netflow software installeren en hopen over zes tot acht weken een beeld te hebben van de verdeling naar soorten verkeer…”