Afgelopen donderdag debatteerde de Tweede Kamer met staatssecretaris Heemskerk van Economische Zaken over mogelijke concurrentie op de kabel en de rol van de OPTA hierin.

De telecom-toezichthouder wil meer concurrentie toestaan op de kabel. Echter, het besluit van de OPTA om grote aanbieders zoals Casema en UPC te verplichten andere aanbieders van tv-programma's toegang te verlenen tot hun kabel, sneuvelde in juli 2007 voor het College van beroep voor het bedrijfsleven (Cbb).

Heemskerk heeft nu toegezegd de Telecomwet aan te passen zodat de OPTA meer armslag krijgt bij haar taken en besluiten. 'Maar voor de Kamer en de media lijkt het enige dat telt dat de kabel moet worden opengebroken', zo reageert Rob van Esch, voorzitter van de vereniging NLKabel (voorheen Vecai) die de belangen van de kabelbedrijven behartigt.

Stemmingmakerij

Aanleiding is ook het onlangs gepubliceerde beleidsadvies van Jelgersma en Kramer om tv-zenders zelf kale kabelcapaciteit te laten afnemen en verkopen. Van Esch: "Er ís helemaal geen plan. Er is een persbericht van één A4'tje die Jelgersma, een 'adviseur in ruste', aan de Kamer en de pers heeft gestuurd. Maar hij is bijvoorbeeld nooit bij ons langs geweest. Dat is geen manier van constructief onderzoek en zaken doen."

Veel parlementariërs hebben echter wel oren naar het advies om het kabelmonopolie aan te pakken. Van Esch: "Vervolgens buitelen de Kamerleden weer over elkaar heen met 'dat mag niet, dat kan niet' sentimenten. Dat riekt naar anti-kabel stemmingmakerij. De argumenten zijn namelijk al jaren hetzelfde, maar de werkelijkheid verandert snel. Er komt steeds meer keuze voor de consument, ook op de tv-markt."

Nuance

Gelukkig heeft de staatssecretaris de nodige nuance in het debat gebracht, zo constateert Van Esch. "Heemskerk ziet zelf dat de markt enorm in beweging is, en dat de consument wel degelijk steeds vaker kan kiezen tussen verschillende aanbieders, zoals bijvoorbeeld Digitenne en ip-tv diensten."

Met de voorgestelde wijziging van de telecommunicatiewet zou de OPTA haar beslissingen minder uitgebreid hoeven te onderbouwen, waardoor de kans dat ze terug worden gedraaid door het College van Beroep voor het bedrijfsleven (CBb) wordt verkleind. Ook kan de toezichthouder dan sneller knopen doorhakken.

NLKabel-voorzitter Van Esch: "Dát is inderdaad het voorstel. Maar dat heel wat anders dan dat 'de wet wordt aangepast om meer concurrentie op de kabel mogelijk te maken' zoals in de media wordt geroepen."