De regering is bereid om een deel van de nieuwe Telecomwet niet in werking te laten treden, terwijl die wel door de Tweede Kamer in zijn geheel is aangenomen. Dat voorstel doet minister Maxime Verhagen van Economische Zaken in antwoord op vragen van de Eerste Kamer.

De PvdA in de Tweede Kamer is boos over dit 'verkapte amendement': “Zeer ongebruikelijk en staatsrechtelijk niet deugdelijk…De opmerking van de minister kan dus echt niet", reageert Kamerlid Martijn van Dam.

Wederverkoopverplichting

Het gaat om de kwestie van de open kabel. Omdat het OPTA niet lukte om de kabelmarkt open te breken, nam de Tweede Kamer in juni een bepaling op in de nieuwe Telecomwet waarin kabelaars als UPC en Ziggo worden verplicht hun programmapakket tegen groothandelsprijzen te verkopen aan andere partijen die op de kabel willen, zoals Tele2 en YouCa.

Deze zogenaamde wederverkoopverplichting is echter juridisch zeer complex, constateert minister Verhagen, die destijds het amendement afraadde. “Te verwachten valt dat na het inwerkingtreden van de bepalingen juridische procedures zullen worden aangespannen. Deze zullen uiteindelijk duidelijkheid geven over de juridische houdbaarheid. Tot die tijd verkeren betrokken marktpartijen in (rechts)onzekerheid", schrijft de bewindsman aan de Senaat.

Deel wet niet uitvoeren

Om dit risico te vermijden, stelde de CDA-fractie in de Eerste Kamer voor dit gedeelte van het wetsvoorstel simpelweg helemaal niet in werking te laten treden. De rest van de wet, inclusief netneutraliteit en strenge cookieregels, zou dan wel worden uitgevoerd.

Verhagen is bereid het opmerkelijke voorstel van het CDA te volgen. “Indien de meerderheid van de Eerste Kamer er echter de voorkeur aan geeft de bepalingen niet in werking te laten treden dan is de regering, omwille van het belang van de implementatie, bereid deze wens in te willigen", schrijft Verhagen.

Staatsrechtelijke faux pas

PvdA-Kamerlid Martijn van Dam, indiener van het amendement dat de open kabel afdwingt, vindt deze constructie onacceptabel. “Dit is zeer ongebruikelijk en staatsrechtelijk niet deugdelijk. De minister suggereert hiermee een recht voor de Eerste Kamer wat praktisch gelijk zou staan aan een recht van amendement. Dat heeft de Eerste Kamer niet. De opmerking van de minister kan dus echt niet", aldus Van Dam.

Een woordvoerder van het ministerie van Economische Zaken benadrukt dat dit scenario absoluut niet de voorkeur heeft en bovendien “hypothetisch" is. Het is beter om de hele wet, inclusief dit amendement uit te voeren, waarna er duidelijkheid kan komen over de juridische houdbaarheid. Maar als de Eerste Kamer tegen is en daardoor sneuvelt de hele Telecomwet, dan zijn we weer terug bij af, legt de zegsman uit. “Dan riskeert Nederland hoge boetes van Brussel."

Desnoods afdwingen

De PvdA gaat er vooralsnog vanuit dat de Eerste Kamer geen uitzondering zal maken door de wederverkoopverplichting voor de kabelaars te blokkeren.

Van Dam: “Ook de Eerste Kamer zal de noodzaak zien voor concurrentie op de kabel en zal zien dat deze move van de minister staatsrechtelijk niet deugdelijk is. En ik ga er vanuit dat de Tweede Kamer de minister desnoods zal dwingen de wet volledig in werking te laten treden, want er is een stevige meerderheid die eindelijk concurrentie op de kabel wil en niet zal accepteren dat de minister dat via deze omweg tracht te blokkeren."