"Een goede bescherming van persoonsgegevens en de persoonlijke levenssfeer draagt bij aan het digitale vertrouwen van betrokkenen en daarmee aan de groei van digitale diensten", schrijft minister Henk Kamp van Economische Zaken. Hij stelt dit in een brief aan de Tweede Kamer, mede geschreven namens staatssecretaris Fred Teeven van Veiligheid en Justitie en minister Ronald Plasterk van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties

Vergeetrecht vs Facebook

De kern van de kabinetsvisie op e-privacy is "goede bescherming van persoonsgegevens en de persoonlijke levenssfeer van de eindgebruiker van online diensten door bedrijven." Tot op heden pleiten sommige voorstanders van digitale diensten voor minder strakke privacy omdat dit innovatie en groei schaadt. Social network Facebook heeft zelfs gesteld dat het 'recht om vergeten te worden' zorgt voor méér datavergaring. Het vergeetrecht waar Europa op aanstuurt zou dus de privacy méér schaden, in plaats van beschermen.

Nederland is hier niet van overtuigd. Minister Kamp schrijft dat het kabinet tegelijk met de kern van privacy wel oog heeft voor het economische belang "van de ontwikkeling van online-diensten". Naast ook "het belang van het bieden van ruimte voor innovatie." Die belangen zijn echter niet allesoverheersend.

'Vinkje is onvoldoende'

Groei valt ook, of juist, te bereiken door consumenten meer vertrouwen te geven in digitale diensten. Dus moeten die eindgebruikers grip krijgen op hun gegevens en wat daar zoal mee wordt gedaan. "Het zijn vaak de gratis, handige diensten waarmee het vertrouwen in ICT gemakkelijk kan worden geschaad", legt Kamp uit.

"Een vinkje bij de privacyvoorwaarden ontslaat een organisatie er niet van de privacy van hun klanten te respecteren en hiertoe helder te communiceren over waarom en hoe organisaties en derde partijen met persoonsgegevens en persoonlijke data van hun klanten omgaan." Dus spreekt het kabinet zich nu uit voor de invoering van drie randvoorwaarden.

3 randvoorwaarden

Ten eerste controle, door de eindgebruiker over het gebruik van zijn/haar persoonsgegevens. "Eindgebruikers moeten het recht krijgen om vergeten te worden en de mogelijkheid hebben hun data te verplaatsen en mee te nemen naar bijvoorbeeld een andere aanbieder of platform (dataportabiliteit)."

Ten tweede transparantie, door bedrijven over wat voor gegevens ze verzamelen en wat ze daarmee doen. "De

eindgebruiker moet volledig en duidelijk over de verwerking geïnformeerd worden, zodat hij ook een duidelijke keuze heeft en weet wat er met zijn gegevens gebeurt."

En ten derde verantwoordelijkheid, die bedrijven van begin af aan moeten nemen voor e-privacy. Zij zijn "reeds bij de inrichting van hun diensten verantwoordelijk voor correcte verwerking van persoonsgegevens en moeten te allen tijde zorg dragen voor een goede beveiliging van persoonsgegevens."

Wet, toezicht en uitleg

Deze drie randvoorwaarden moeten consumenten meer vertrouwen geven wat dan weer voor groei van digitale diensten zal zorgen, redeneert minister Kamp. Voor de invoering van de randvoorwaarden wendt het kabinet verschillende middelen aan, waaronder wetgeving, versterking van het toezicht en "intensivering van de dialoog met het bedrijfsleven".

Daarnaast komt ook nog betere voorlichting en campagnevoering, naar de verschillende partijen in deze materie, voor "vergroting van het bewustzijn van eindgebruikers en marktpartijen op het gebied van e-privacy". Overigens hoeft dit alles niet te betekenen dat er nieuwe of aangepaste wetgeving komt. "Een aantal van de randvoorwaarden is al ingevuld in de Wet bescherming persoonsgegevens (Wbp)", schrijft de minister. Maar een modernisering van bijvoorbeeld het briefgeheim staat wel op stapel.

Grensoverschrijdend

E-privacy is niet puur en alleen een Nederlandse aangelegenheid. "Een internationale aanpak is vereist daar bescherming van e-privacy een bij uitstek mondiale aangelegenheid is." Ondertussen is er op ook op Europees niveau nog flinke discussie over privacy en commerciële belangen, ook over de technische (on)mogelijkheden ervan.

Kamp verwijst ook naar de Europese ontwikkelingen. "Nieuwe wetgeving is voorzien in een voorstel voor de EU-Verordening over het gebruik van persoonsgegevens, ook online. Daarover wordt nu onderhandeld in Brussel. Deze Verordening heeft straks rechtstreekse werking in de lidstaten." Nederland steunt in hoofdlijnen het Europese voorstel, aldus de minister.