Nu het College Bescherming Persoonsgegevens het privacybeleid van Google hekelt en het bedrijf heeft gemaand zijn privacyregels in overeenstemming te brengen met de Nederlandse wet, dringt de Tweede Kamer er bij Teeven op aan ook eens andere bedrijven onder de loep te nemen.

Nu zegt Teeven in een brief aan de Tweede Kamer dat het CBP zich niet laat sturen en zelfstandig besluit wie, wanneer en hoe wordt gecontroleerd. Daarom wil hij nu zelf wel eens verder kijken naar het gedrag van Nederlandse bedrijven.

Oordeel CBP geldt ook voor andere bedrijven

Wel zegt Teeven dat hij eerst “het lopende handhavingsproces tot een onherroepelijk einde” wil afwachten, om dan te bezien wat “het uitstralingseffect” zal zijn op het Nederlandse bedrijfsleven. Daarmee bedoelt Teeven dat het oordeel van het CBP over Google ook geldt voor andere bedrijven die er eenzelfde soort privacybeleid op nahouden.

Het CBP heeft Google nu uitgenodigd voor een hoorzitting in de zaak. Daarna gaat het College zich bezinnen over de maatregelen die het nodig acht om Google tot inkeer te dwingen. Het Kabinet gaat na afloop van het gehele lopende handhavingsproces van het CBP tegen Google met het CBP in gesprek over het koppelen van gegevens door bedrijven.

Ook langs de Europese privacymeetlat

“Daarbij zal het kabinet niet alleen de huidige Wet bescherming persoonsgegevens betrekken, maar ook de komende Algemene verordening gegevensbescherming, waarover nu in Brussel wordt onderhandeld”, schrijft Teeven aan de Tweede Kamer.

Nog dit jaar wil Teeven een privacynotitie aan de Tweede Kamer sturen, genaamd “Vrijheid en veiligheid in de digitale samenleving. Een agenda voor de toekomst”.