Gisteren werd bekend dat het Duitse Constitutionele Hof het principe van de bewaarplicht verkeersgegevens niet afkeurt. Toch boekten de voorvechters van privacy een grote overwinning, want aan het gebruik van de gegevens wordt wel paal en perk gesteld.

Alleen doelgericht gebruik

Zo verbieden de rechters het opslaan van de gegevens in een centrale database en moeten ze bij providers bewaard blijven. De informatie mag vervolgens niet worden gebruikt voor datamining, maar alleen voor gericht onderzoek. Geheime en opsporingsdiensten mogen dus niet zomaar toegang krijgen tot de opgeslagen gegevens.

Dat laatste is een pijnlijke nederlaag voor de autoriteiten, omdat juist het ongebreideld grasduinen zou moeten leiden tot het vooraf detecteren van terroristisch gedrag.

De bewaartermijn van zes maanden, die volgens Europese regels het absolute minimum is, valt bij de rechters goed. In Nederland wordt momenteel gesproken over een termijn van anderhalf jaar.

Kamervragen

Voor D66-kamerlid Alexander Pechtold is de uitspraak reden om vragen te stellen aan minister Ernst Hirsch-Ballin van Justitie. Zo wil de politicus weten hoe de minister reageert op de uitspraak en of dit ook gevolgen moet hebben voor de Nederlandse situatie rond bewaarplicht.

Volgens bronnen stuurt ons land namelijk wel aan op een centrale database voor opsporings- en inlichtingendiensten.

Pechtold vraagt zich ook af of de uitspraak ook gevolgen moet krijgen voor de privacybescherming van de burgers. Verder vraagt D66 de minister naar de praktische gevolgen van de bewaarplicht voor Nederlanderse burgers.