De industrie is echter nog wat schuchter, beducht op een hype. De laatste heeft de sector namelijk in een crisis doen belanden waar ze nu pas weer uitkrabbelen. De hamvraag is hoe wifi moet worden geëxploiteerd. Ik zou graag als eindgebruiker een suggestie doen: de wifi strippenkaart.

Wifi was voor mij de reden een Powerbook te kopen. En een router. Tot dan toe had ik routers en dat soort apparaten altijd gemeden. Ik werk thuis op een desktop computer die met een adsl-modem op internet is aangesloten. Dat is te overzien, daar kan niet heel veel mis mee gaan. Een netwerk aanleggen had ik nooit overwogen. Ik heb al genoeg hobbies en het gekloot met ip-adressen en utp-kabels, nee, dank je wel. Ik had geen zin om mijn eigen systeembeheerder te moeten worden. Maar het vooruitzicht draadloos te kunnen internetten vanaf de bank of het balkon deed mij zwichten. Ik kocht een wireless router.

Wat volgde is een klassiek computerhorrorverhaal. Ik zal het kort houden maar acht weken, verschillende firmware versies van zowel de router als het adsl modem, diverse telefoontjes en mailtjes naar helpdesken die mij bijna tot waanzin dreven verder, heb ik het eindelijk werkend. Althans, ik heb verbinding. Ik kan er niet mee werken, want de router (van Draytek) corrumpeert mijn data tijdens de upstream. Maar als ik wil en ik geen attachments hoef te mailen kan ik met m’n Powerbook op het balkon zitten en draadloos surfen. Met een baddoek over mijn hoofd en het beeldscherm want mijn balkon ligt op het zuiden maar dat terzijde. Het werkt en het is alles wat ik ervan verwacht had.

Het is namelijk best een sensatie om met je notebook door huis te lopen terwijl je streaming de laatste aflevering van The Animatrix aan het kijken bent. Het is zo’n ervaring die je het licht doet zien: zo moet het ja. Dit begint er verdomme op te lijken man! Mijn fantasie slaat op hol. Ik zie mezelf in het park op m’n Powerbook een column schrijven die ik na de laatste punt naar de redactie mail en vervolgens een biertje bestel. Want wat ik hier thuis binnen kan, wil ik buiten ook kunnen. Het liefst overal.

Zo werkt het echter niet. Wifi is geen GSM. Landelijke dekking betekent met wifi niet dat je overal online kunt. En dat hoeft ook niet. Voor internet heb je doorgaans twee handen nodig, voor bellen maar een. Voor het stuk dat ik op de fiets zit van mijn huis naar het park hou ik ze liever aan het stuur. We moeten realistisch zijn in onze verwachtingen van wifi. Het zou mooi zijn als we op elke publieke plek draadloos online kunnen. (De afstanden ertussen kunnen worden overbrugd door gprs.) En de particuliere hotspots, het open spectrum zoals Wired het noemt, moeten we denk ik vergeten. Het klinkt mooi maar gaat in de praktijk niet werken. Bandbreedte wil je gewoonweg niet delen. Daar moet voor betaald worden.

En dat is misschien wel de achillespees van wifi. Ik vind het niet erg om een kraskaartje te moeten kopen om op het terras bij Vertigo in Amsterdam draadloos online te kunnen. Maar als ik dadelijk in de trein bij de NS weer een ander kaartje moet kopen, zoals met de telefoonkaarten destijds, dan haak ik af. Laat bedrijven als Hubhop daar alsjeblieft goed over nadenken. De technologie heeft veel potentie maar gebruiksvriendelijkheid zal de sleutel zijn. Kijk maar naar het succes van de Apple Music Store in iTunes. Er geldt maar een credo: Keep It Simple Stupid.