Het kort geding dient op 11 juli in Den Haag. Als de Haagse kortgedingrechter KPN geen gelijk geeft, dan wil het telecombedrijf een bodemprocedure starten. Dat zegt KPN-bestuursvoorzitter Ad Scheepbouwer in een interview met Het Financieele Dagblad. Daarnaast dient KPN klachten in tegen de kabel bij de telecomwaakhond OPTA en de mededingingsautoriteit NMa.

Scheepbouwer beklaagt zich al langer over de in zijn ogen ongelijke behandeling van de kabelbedrijven en KPN. Terwijl er voor KPN strenge regels bestaan, mogen de kabelbedrijven min of meer hun gang gaan, luidt de kritiek van de KPN-topman.

Zo moet KPN andere bedrijven op zijn netwerk toelaten, terwijl de kabelbedrijven hun netwerken over het algemeen afschermen van buitenstaanders. KPN heeft tot nu toe tevergeefs geprobeerd om toegang te krijgen tot de kabel.

"De kabelsector is nooit gereguleerd", klaagt KPN. "Dit heeft geresulteerd in stijgende prijzen, geen toegang tot de kabelnetten voor concurrerende aanbieders en stagnerende innovatie."

Door de concurrentiebeperkingen verliest KPN naar eigen zeggen tienduizenden klanten per maand. KPN meent dat de kabelbedrijven zich schuldig maken aan prijsdumping en kruissubsidies: de kabelaars betalen de invoering van digitale televisie, telefonie en internet uit hun inkomsten van analoge radio en televisie.

Begripvol

KPN heeft over deze situatie aan de bel getrokken bij de OPTA, de NMa, het ministerie van Economische Zaken en de Europese Commissie – maar zonder resultaat. "Iedereen hoort ons begripvol aan, maar niemand voelt zich geroepen iets te doen", stelt Scheepbouwer.

De OPTA heeft geprobeerd om ook de kabelsector aan strengere regelgeving te onderwerpen. De Europese Commissie stak daar echter een stokje voor. Volgens Eurocommissaris Neelie Kroes waren extra regels voor de kabelsector niet nodig.

Uiteindelijk bereikten de OPTA en de Europese Commissie een compromis, waarbij de grote kabelbedrijven concurrenten tegen 'kostengeoriënteerde tarieven' toegang moeten verschaffen tot hun netwerken.