Eerder deze week bood de stichting PWC (Profit for the World's Children) het rapport Kinderpornografie en internet in Nederland aan. Hierin staat pleidooi voor een krachtige bestrijding van kinderporno. Den Haag moet wetgeving ontwikkelen die internetproviders dwingt aanbieders van kinderporno te traceren, zo eist PWC. Providers doen volgens de organisatie vaak niets met meldingen dat hun abonnees kinderporno verspreiden. Dit zou de politie belemmeren bij het onderzoek. De NLIP noemt het prijzenswaardig dat een sterk pleidooi voor bestrijding van kinderporno via internet wordt gehouden en benadrukt dat internetproviders hieraan een `zeer groot belang hechten'. De branchevereniging constateert alleen wel dat in het rapport op vele punten aan de belangen van internetproviders voorbij wordt gegaan. "Belangen die wel worden aangestipt, worden gebagatelliseerd ten opzichte van het opsporingsbelang", aldus de NLIP. Providers moeten een belangenafweging maken bij de medewerking aan opsporing, vindt de brancheorganisatie. "Wanneer de provider zijn eigen belangen laat meewegen, wordt de suggestie van onwilligheid gewekt indien deze afweging nadelig uitpakt voor de opsporing van kinderporno."

`Niet meewerken'

De NLIP adviseert zijn leden in bepaalde gevallen niet mee te werken aan verstrekking van NAW-gegevens. Als ze dit wel zouden doen, zou dit namelijk `grote consequenties' hebben voor de privacy van abonnees, zegt de NLIP. "Op het moment dat justitie providers verzoekt op vrijwillige basis gegevens te verstrekken, kan dit neerkomen op een overtreding van de privacywetgeving. Hieraan zijn de genoemde consequenties verbonden die justitie weigert te dragen in de vorm van het verlenen van voldoende vrijwaring aan providers", zegt de NLIP. De organisatie zegt graag te willen meewerken aan concrete opsporingsonderzoeken naar gevallen van kinderporno. Hierover is de NLIP in gesprek met de overheid, om tot een convenant te komen, waarbij ook de verstrekking van NAW-gegevens wordt geregeld.