Dat heeft de APNIC, dat zorgt voor de uitgifte van internetadressen in het Aziatische en Pacifische gebied, vrijdag bekendgemaakt. Twee maanden geleden heeft de Icann de laatste vijf Ipv4-adresblokken op internationaal niveau vergeven aan organisaties als RIP in Europa en APNIC in Azië. Deze instanties verdelen de adresblokken over aangesloten internetproviders en hostingbedrijven.

APNIC heeft nog een blok van 16 miljoen ip-adressen achter de hand gehouden, voor een laatste verdeelronde aan providers die in de problemen komen.

NAT-oplossingen

De schaarste aan ipv4-adressen zorgt nog niet direct voor problemen. Providers hebben vaak zelf ook nog een voorraadje adressen achter de hand gehouden. Ook zetten veel providers NAT (network address translation) in voor toewijzing van ip-adressen aan meerdere gebruikers.

De overgang naar IPv6, waarbij er geen adresschaarste is, gaat al jaren langzaam. Een probleem kan zijn dat eindgebruikers die alleen op IPv6 zitten de meeste sites nog niet kunnen bereiken omdat die nog geen IPv6-adres hebben. In Nederland biedt onder meer Geenstijl wel IPv6-ondersteuning. "Het is mogelijk om IPv6 naar IPv4 te vertalen, maar overzettools moeten wel een ipv4-adres hebben voor een x-aantal gebruikers, maar er is geen consensus over dat x-aantal", schrijft de Nederlandse netwerkdeskundige Iljitsch van Beijnum.

Gebruikers met IPv4 zonder NAT kunnen iPV6-connectiviteit zonder medewerking van hun isp's zelf opzetten, maar voor gebruikers achter NAT-systemen is dat volgens hem lastiger. "Het is belangrijk dat isp's die NAT aanbieden aan hun klanten ook IPv6 leveren." De Nederlander 'zou het niet verbazen' als er in de Aziatische regio toch nog providers zijn die nu door de adresschaarste nieuwe klanten moeten afwijzen, totdat ze een NAT-oplossing gereed hebben.

Europa en de rest

De klok begint ook te tikken voor het in Amsterdam gevestigde RIPE NCC, dat de ip-blokken voor Europa, het Midden-Oosten en de voormalige Sovjet-Unie verdeelt. RIPE heeft nog 65 miljoen ipv4-adressen over en die zijn volgens Van Beijnum 'eind 2011' op. "Als providers zich haasten om voorraden op te bouwen, kan dit al eerder gebeuren."

De LACNIC in Latijns-Amerika en de AfriNIC in Afrika geven relatief weinig ip-adressen uit en hebben nog enkele jaren voorraad. De ARIN in Noord-Amerika heeft nog de grootste voorraad. Het heeft 61 miljoen IPv4-adressen overziet ook nog eens 75 miljoen ongebruikte 'oude' adressen. Laatstgenoemde zitten in blokken die zijn de oprichting van de niet-Amerikaanse regionale adresbeheerders. Van Beijnum: "Noord-Amerika kan nog enkele jaren vooruit met IPv4-adressen."

Buggy modems

Terwijl veel fabrikanten die certificering wel hebben, blijken hun producten IPv6 niet goed te ondersteunen. Praktijktests [url=http://webwereld.nl/nieuws/105949/modems-nog-lang-niet-klaar-voor-ipv6.html]wezen onlangs uit dat de IPv6-support in veel routers en modems nog buggy is. Op 8 juni wordt de IPv6 Dag gehouden. Dan schakelen grote sites het nieuwe internetprotocol in.