Ondanks topvoorzieningen om te internetten komt de gemiddelde Nederlander niet veel verder dan surfen, zoeken, en e-mailen.

Dat blijkt uit een vergelijking van Europese landen door statistiekbureau CBS. Nederland hoort tot de absolute top wat betreft internet- en breedbandvoorzieningen, maar dit geen weerslap op de internetvaardigheden van 'de Nederlander'.

Het goede nieuws: In Nederland internetten in 2007 11 miljoen mensen. Bijna allemaal gebruikten zij een zoekmachine om informatie te vinden (95 procent) of verzonden ze e-mails met attachments (86 procent).

Middenmoter

Maar bij de hogere internetvaardigheden blijft Nederland steken in Europese middelmatigheid. Maar twee op de tien Nederlanders 'ontwierpen' zelf een webpagina.

En circa dertig procent heeft vorig jaar gebruik gemaakt chatrooms en nieuwsgroepen of internettelefonie.

Dat geldt ook voor het delen van mappen om muziek of film uit te wisselen (29 procent). Uit de achterliggende cijfers blijkt overigens dat meer mensen met een lager onderwijsniveau filesharen (33 procent) dan middelbaar (28 procent) of hoger onderwijs (26 procent).

Uiteraard is het aandeel ouderen dat over hogere internetvaardigheden beschikt beperkt in verhouding tot jongere leeftijdscohorten. Hoewel het aandeel van deze 'geavanceerde' internetgebruikers in de afgelopen twee jaar is verdubbeld, ligt het maar net iets hoger dan het gemiddelde in de EU.

Want het algemene cijfer is om onverklaarbare reden nog pessimistischer: slechts veertien procent van de Nederlanderse internetters heeft 'hogere vaardigheden', zo becijfert het CBS. In Estland en Finland daarentegen beschikte meer dan één op de drie internetgebruikers over hoge vaardigheden.