Dit stelt het Amerikaanse consultancybureau D. Brown en Associates uit New York in een maandag verschenen onderzoek.

De consultants vergeleken Linux versie 5.2 van Red Hat en Caldera's Open Linux 2.2 met een zestal 'conventioneel ontwikkelde' besturingssystemen waaronder Sun Solaris 7, Windows NT Server 4.0, IBM's AIX en HP-UX van Hewlett-Packard. Bij de tests werd gekeken naar meer dan honderd punten die werden beoordeeld op onder meer betrouwbaarheid, service mogelijkheden, internetfuncties en systeemmanagement.

Na grondige tests concludeerden de onderzoekers dat Linux zeker sterke kanten heeft maar dat het op punten ernstig tekortschiet vergeleken bij de andere systemen. Linux heeft volgens het onderzoeksrapport – te lezen op de website van het consultancybureau - onder meer problemen met grote bestanden, logisch volume management en symmetric multiprocessing (SMP).

De onderzoekers gingen er niet van uit dat Linux de tests zou doorstaan en waren blij verrast met de vooruitgang van het systeem sinds het debuut in 1991, vooral gezien het feit dat er opgebokst moet worden tegen grote bedrijven met grote budgetten. Dat is volgens het rapport ook meteen het grootste probleem voor Linux-ontwikkelaars, omdat het maar de vraag is of de open-source gemeenschap het product genoeg kan innoveren.

Volgens het consultancybureau zal het moeilijk zijn Linux verder te ontwikkelen zonder over veel geld te beschikken. Bedrijven zullen, volgens het onderzoeksrapport, niet veel geld in het product willen steken omdat de opgedane kennis - vanwege de open-source regel - meteen gedeeld moet worden met de rest van de wereld.