Met de deeltjesversneller (the Large Hadron Collider) onderzoeken natuurkundigen enkele basisprincipes met betrekking tot massa en energie. Door het afvuren van deeltjes met hoge snelheid en deze te laten botsen met andere deeltjes, ontstaan er weer nieuwe deeltjes. Deze nieuwe deeltjes, zoals het 'Higgs Bosson' deeltje, vormen de heilige graal van de natuurkunde. Maar dan moet je ze wel kunnen vinden.

De deeltjes zitten verstop in de vijftien miljoen gigabytes aan data die de deeltjesversneller jaarlijks gaat produceren. De computersystemen die de dataverwerking uitvoeren zijn gebaseerd op een variant van Red Hat Linux en het daarvan afgeleide 'Scientific Linux'. De keuze voor Linux is vooral gebaseerd op de flexibiliteit van het systeem. Daarnaast kan met eenvoudige scripts het systeem geconfigureerd en aangepast worden. Iedere onderzoeker en laboratorium kan op deze wijze zijn eigen Linux-versie draaien zonder dat deze incompatible wordt met de basisdistributie.

Naast de eigen Linux systemen kunnen de onderzoekers ook gebruik maken van een dedicated computer grid van meer dan 100.000 procesoren verdeeld over instituten in 34 verschillende landen. Deze Linux grid is waarschijnlijk de grootste computer ter wereld. Hierbij vergeleken is cloud computing gewoon weer een speeltje van de marketing afdeling.

Bron: Techworld