Wetenschappers die de Long Tail-theorie van Chris Anderson bekritiseren, hebben er niets van begrepen, betoogde Erwin Blom enkele weken geleden op Webwereld.

De laatste maanden kwamen er diverse onderzoeken in het nieuws waaruit bleek dat er wel het één en ander valt af te dingen op de geldigheid van Andersons idee dat dankzij internet het belang van hits afneemt en niche-producten steeds belangrijker worden.

Blom laat zich daardoor echter niet van de wijs brengen. "Weten we niet allemaal dat internet het medium van de niches is", schreef hij. Dat is wat je noemt een retorische vraag. Toen ik in 1994 voor het eerst online ging, had ik hooguit tien minuten nodig om tot die conclusie te komen. Het zijn al die niches die internet tot zo'n geweldig medium maken.

De onderzoekers die de aanval hebben ingezet op de Long Tail-theorie hebben dat ook nooit bestreden. Hun kritiek op Anderson betreft de economische kant van zijn verhaal.

Mythe

In zijn boek 'The Long Tail', dat hij niet voor niets voorzag van de ondertitel 'Why The Future of Business Is Selling Less of More', stelt Anderson dat er meer valt te verdienen met niche-producten (de 'lange staart') dan met het traditionele productaanbod uit het pre-internettijdperk. "Niches vormen de nieuwe grote markt", betoogt hij. Die mythe hebben de Nederlandse Harvard Business School professor Anita Elberse en de Britse econoom Will Page doorgeprikt.

Natuurlijk is het dankzij internet mogelijk om muziek, films en boeken aan te schaffen die je vroeger niet had kunnen kopen. Maar zorgen die niche-titels samen werkelijk voor meer omzet dan de blockbusters? Nee, in de verste verte niet, concluderen de onderzoekers.

Anderson heeft geen wetenschappelijk boek geschreven, maar een pamflet. De ondersteuning voor zijn betoog is op zijn best anekdotisch te noemen. Wie op basis van de wijsheden van Anderson zaken wil doen – en de hits links laat liggen en zich concentreert op de verkoop van nieuwe niche-producten – komt hoogstwaarschijnlijk van een koude kermis thuis.

Wat cijfers. De mobiele muziekaanbieder Mblox haalt 80 procent van zijn omzet uit de verkoop van 52.000 nummers – zeg maar het aanbod van een beetje bakstenen-en-cement-muziekwinkel. Van de 13 miljoen tracks die er in het Verenigd Koninkrijk verkrijgbaar zijn via iTunes, werden er 10 miljoen helemaal nooit verkocht. En bij de muziekdienst Rhapsody zijn de 10 procent best beluisterde nummers uit de catalogus goed voor 78 procent van alle plays. De befaamde staart van Anderson is door internet wel langer geworden, maar niet lucratiever.

Complete idioot

Zulke bevindingen kunnen de aanhangers van de Long Tail-theorie niet overtuigen. "Sommige mensen geloven niets van mijn onderzoek en vinden me een complete idioot", vertelde Elberse in augustus.

Wat Erwin Blom over Elberse denkt, laat zich raden. "Ik geloof Anderson", schrijft hij in zijn column. "Daar heb ik geen wetenschappelijk onderzoek voor nodig."

Maar is dat nou niet juist één van de problemen met gelovigen? Dat ze zich veel te weinig gelegen laten liggen aan wetenschappelijk onderzoek?