Maandag game-dag. Iedere week om ongeveer 13:00 EST, zo vlak na de lunch, is het gedaan met de werkdag. Een verse herstart voor een zo stabiel mogelijk systeem en een uitzondering in de firewall voor poort #2346, zodat Nederland kan inloggen.

Rond dezelfde tijd in Nederland, zo vlak na het avondeten, ofwel Internet-tijd @791, starten er drie computers. Nog even het IP-adres doorbellen en de luxaflex potdicht. Afgesloten van de buitenwereld, maar ook en vooral van enig zonlicht. Want een zonnestraaltje op het beeldscherm kan funest zijn: je kunt net die goedgecamoufleerde, 'trigger happy' sniper over het hoofd zien in Tom Clancy's Ghost Recon.

Veel mensen begrijpen deze game-mania niet. En er was altijd een soort consensus: gamen is slecht en gamers zijn gek dat ze zoveel tijd aan die slechte spelletjes besteden. Maar nu is er dan de professor aan de Loyola Universiteit van Chicago die research deed naar games en gamers. Hij interviewde, analyseerde, etcetera. En de conclusie luidt: gamen is goed - iets wat gamers natuurlijk allang wisten.

Volgens de prof zien veel mensen die games als een hersenloze activiteit, en dat komt weer uit een cultuur waar productiviteit prioriteit is. Maar had die duurbetaalde professor niets beters te doen? Of iets leukers? Zoals bijvoorbeeld zelf eens wat frags op z'n naam zetten. Dan was hij snel tot dezelfde conclusie gekomen en dat had het Amerikaanse onderwijs, dat toch al met veel te beperkte budgetten moet werken met alle gevolgen van dien, wat geld gescheeld.

De prof concludeert dat gamers niet zomaar wat rondschieten, maar dat het draait om strategie, samenwerking, tactiek en grappen en beledigingen. Dat was 'm ook direct duidelijk geworden als-ie eens Ghost Recon had opgestart. En zelfs in de wat dommere shooters probeer je met wat slimme trucs de tegenstander door het stof te halen. En wat is er leuker dan door het hoge gras tijgeren tot vlak achter een sniper, je karabijn verrruilen voor een pistooltje met geluidsdemper en die sniper een welkgemikt nekschot geven?

Volgens de professor gaat het om een fantasierol die onmogeijk is in het echte leven. Zeker. Anders zat ik nu niet achter mijn bureau deze column te tikken, maar lag ik ergens in een loopgraaf. Of scheurde ik in een Dodge Charger over de interstate, achtervolgd door een handvol copcars.

En, zo vervolgt de professor, gamers geven de voorkeur aan een potje schieten met bekenden, is het een sociale bezigheid met veel lol. En of, prof! De computer in de auto en op weg naar een LAN-feestje - daar kan geen vriendin tegenop. En we doen het voor de lol en lachen wat af - soms wat gevloek en gescheld, maar dat hoort erbij. Kwaliteitstijdverdrijf. En voordat je het weet wordt het hier donker en gaat Nederland slapen.

En voor mij is het meer dan een spel, maar een waardevol contact met vrienden in Nederland. En op een willekeurige server kom je trouwens ook maar wat kids tegen die veel te goed zijn en je aan de lopende band afknallen.

Tot zover het onderzoek uit Chicago. Dat wisten we dus allemaal al. Interessanter is de vraag of het wel helemaal normaal is dat vier midden dertigers iedere maandag @791 'moeten' gamen?

Wat zou het? Bij deze voeg ik nog wat toe aan het onderzoek van de prof uit de 'windy city': gamen is goed voor jong en oud. Zo. Die zit, en het ziet er niet naar uit dat daar de komende tien jaar verandering in gaat komen.