Het Duitse concern komt met een nieuwe dienst op de markt, genaamd Gnap. Dit is bedoeld voor bedrijven, isp's, tv-stations en andere aanbieders van beeld en geluid die hun content bij de internettende eindgebruiker willen krijgen. In plaats dat klanten zware downloadbestanden rechtstreeks van de server van de aanbieder moeten downloaden, moet dat ook van mede-internetters gebeuren. Hierbij wordt gebruik gemaakt van peer-to-peer-technologie. Er is echter nog steeds een centrale component. Op een centrale server wordt namelijk oorspronkelijk de content opgeslagen en ook drm-transacties bijgehouden. Voordeel voor de verspreiders van content is dat ze hiermee niet zwaar hoeven te investeren in servercapaciteit, aldus Bertelsmann. Zij kunnen immers profiteren van de opslagcapaciteit van de individuele internetters. Afhankelijk van de drukte worden films of muziek van de centrale server gedownload of van andere gebruikers. Wie dat laatste doet, moet echter nog steeds betalen voor beeld en geluid. Elke transactie is namelijk sessie-gecontroleerd. "Onze technologie weet dat klant A een film van klant B heeft ontvangen, dus we hebben volledige controle over de auteursrechten", zo legt een zegsman uit. Eindgebruikers moeten dan wel de Gnap-cliëntsoftware installeren.