De NLIP nam al geruime tijd geleden het initiatief om te komen tot een gezamenlijke inkoop en gebruik van apparatuur. Niet elke provider koopt eigen apparatuur maar heeft het gebruiksrecht van een systeem uit een pool, zo is het idee. In eerste instantie werd dit project afgeblazen als gevolg van te weinig belangstelling van de providers, maar deze week werd al eerder bekend dat er toch een centrale aftapvoorziening komt. Een groep van zes providers (ZonNet, Inter NL Net, IntroWeb, PSInet, Internet Access Facilities en Netland) en de NLIP hebben hiervoor een stichting opgericht die dient als uitvoeringsinstituut voor aftapbevelen. De stichting Nationale Beheersorganisatie Internet Providers (NBIP) staat open voor alle ISP's. Zij moeten een jaarbijdrage betalen afhankelijk van het aantal klanten. Het project is een rechtstreeks gevolg van de Telecommunicatie wet van april 2001 waarin staat dat elke provider wettelijk verplicht is zijn netwerk aftapbaar te maken. De wet schrijft voor dat de providers moeten investeren in aftapapparatuur volgens Nederlandse specificaties. De kleine markt, onduidelijke specificaties en een klein aanbod resulteerden in een hoge investeringslast die vooral door de kleine(re) providers niet kon worden gedragen, aldus de organisatie. De stichting investeert in een aantal systemen die door de aangesloten deelnemers kan worden gebruikt op het moment dat zij een tapbevel ontvangen. Het bestuur van de stichting NBIP bestaat uit een vertegenwoordiging van de deelnemers en de NLIP.