In een brief aan de Tweede Kamer laat de minister van justitie weten dat de overheid actief gaat optreden tegen misbruik van het wereldwijde netwerk. Daarbij komt het accent te liggen op bestrijding van kinderporno. De Centrale Recherche Informatiedienst (CRI) krijgt de taak om als politieman in cyberspace op te treden. Daarbij kan deze landelijke opsporingsdienst rekenen op bijstand van zedenspecialisten en deskundigen op het terrein van computercriminaliteit. De CRI speelt al geruime tijd een leidende rol bij de bestrijding van computermisdrijven. De dienst houdt daarvoor ook contact met buitenlandse politie-organisaties, zoals Interpol. De nieuwe maatregelen betekenen volgens minister Sorgdrager dat er een einde komt aan de passieve houding van de overheid tegenover strafbare feiten die op het Internet worden gepleegd. Zo werd de bestrijding van kinderporno tot nu toe overgelaten aan het Meldpunt Kinderporno en de Internet-providers (zie Meldpunt meldt… succes van 28 oktober). Maar in die zelfregulering heeft Sorgdrager te weinig vertrouwen: met alleen een meldpunt komen we er niet, zegt de minister. Hoe de CRI kinderporno gaat opsporen maakt de ministeriële brief niet duidelijk. De meeste afbeeldingen worden verspreid via de nieuwsgroepen van het Usenet. Via de nieuwsgroepen worden elke dag miljoenen boodschappen, met en zonder plaatjes, verspreid. Controle hierop is onbegonnen werk, menen experts. Ook is het vaak moeilijk om de verzenders te achterhalen. Sommige providers hebben de rubrieken waarin actief kinderporno wordt uitgewisseld al uit hun aanbod geschrapt (zoals XS4ALL). Voorstanders van een zo vrij mogelijk Internet hebben in het verleden steeds zulke maatregelen afgeraden omdat de verspreiders dan andere wegen zullen gaan zoeken om hun waren te slijten. Het in bezit hebben van kinderporno is niet strafbaar: de verspreiding ervan, commercieel of gratis, is wel strafbaar. In de Tweede Kamer gaan stemmen op om ook het bezit strafbaar te stellen.