In 2001 ontving het Meldpunt Kinderporno 5076 meldingen van kinderporno, in 2000 waren dat er nog 4008, zo blijkt uit het jaarverslag van het meldpunt waaruit het ANP citeert. Kinderporno blijkt meer en meer verspreid te worden per e-mail en in chatboxen. Bovendien blijken de afzenders steeds moeilijker te traceren. "Kinderporno in deze omgevingen zijn moeilijk vast te leggen en te documenteren voor aangifte bij de politie. Daarom kan de organisatie betrekkelijk weinig doen met dit soort meldingen", schrijft het meldpunt zelf. Vorig jaar is in totaal 37 keer aangifte gedaan bij de politie. Daarvan is het bij justitie in 35 gevallen gekomen tot een strafzaak. Volgens het meldpunt komen er in de toekomst steeds meer aangiften, mede door strengere wetgeving rond kinderporno op het web. Zo moeten in de toekomst ook virtuele afbeeldingen strafbaar worden die met digitale technieken zijn gemaakt en waarbij helemaal geen mensen betrokken zijn geweest. De huidige wet eist dat er sprake is van fysieke betrokkenheid voordat het strafbaar is. Verder verwacht het meldpunt veel van de Wet Bescherming Persoonsgegevens. Die stelt dat internetproviders persoonlijke gegevens van gebruikers moeten kunnen overhandigen als blijkt dat justitie een strafrechtelijke onderzoek iemand doet.