In wezen geen verrassing. Negen jaar eerder ging toenmalig wereldkampioen Gary Kasparov ook al onderuit tegen de machine. Hij moest na zes partijen – hevig ontdaan – de eer laten aan het schaakprogramma Deep Blue.

Dat de schaakcomputer de mens allang naar het tweede plan heeft verwezen, kan de Britse topgrootmeester Michael Adams beamen. De nummer 9 uit de mondiale Top 10 speelde in 2005 een match over zes partijen tegen schaakcomputer Hydra. Nou, dat heeft hij geweten. De arme Adams kreeg alle hoeken van het bord te zien. Hij ging vijf keer kansloos ten onder en één keer werd het remise. Waarschijnlijk had de computer medelijden.

Is het erg dat een computer sterker kan schaken dan een mens? Nee, natuurlijk niet. Het is immers ook niet erg dat een opgevoerde snorfiets het op de marathon wint van een topatleet.

Wat ik daarmee wil zeggen? Het klopt, een computer wint van de sterkste menselijke schaker, maar met kunstmatige intelligentie heeft het allemaal niets van doen – en dáár was het allemaal toch om begonnen? Computers kiezen hun zetten nog altijd door middel van brute force – pure rekenkracht. En dat terwijl het verschil tussen een grootmeester en een clubschaker juist gelegen is in het feit dat de grootmeester veel 'selectiever' naar een stelling kijkt dan een clubschaker.

Hij ziet in één oogopslag dat in een bepaalde stelling slechts twee of drie zetten in aanmerking komen, terwijl de clubschaker misschien wel acht of tien speelbare zetten ziet. En de computer? De computer ziet elke zet die reglementair mogelijk is als een speelbare zet. Computers hebben namelijk geen inzicht en dat heeft een grootmeester wel. Daar klampen veel schakers zich nu aan vast. Kramnik mag dan wel verloren hebben, maar een computer kan nog steeds niet schaken. Net zo min als een opgevoerde snorfiets kan hardlopen.

Nu de schakende mens definitief lijkt verslagen, zullen weinig sponsors nog geld willen steken in verder onderzoek naar schaken en kunstmatige intelligentie. Publicitair is het namelijk niet meer interessant: een wereldkampioen schaken die van een computer verliest, is eigenlijk nu al geen nieuws meer.

Waarmee de menselijke schakers weer gezellig onder elkaar zijn. Of toch niet? Afgelopen juli vond tijdens het 'World Open' in het Amerikaanse Philadelphia (een toernooi waar honderden schakers aan deelnemen, in sterkte variërend van huisschaker tot topgrootmeester) een opmerkelijk incident plaats. Eugene Varshavsky, een onbekende, ronduit zwakke clubspeler, verbaasde vriend en vijand door (tussen vele toiletbezoekjes door) in de eerste drie ronden van het toernooi twee schaakmeesters te verslaan. Daarna bond hij met werkelijk geniaal spel ook nog eens twee grootmeesters aan zijn zegekar. Ja, Varshavsky had misschien een zwakke blaas, maar hij stevende wel regelrecht af op de eerste prijs van 28.000 dollar.

Enkele toeschouwers roken onraad. Zij speelden de partijen van Varshavsky na met 'Pocket Fritz', een schaakprogramma voor de pda. En wat bleek? Bijna alle zetten die Varshavsky speelde, waren gelijk aan de zetten die 'Pocket Fritz' voorstelde.

De toernooidirecteur werd ingelicht. Toen hij Varshavsky wilde spreken, verschanste deze zich op het toilet. Pas na drie kwartier stemde hij toe in de eis van de toernooidirecteur: fouillering. Dat leverde niets op, maar Varshavsky verloor wel zijn laatste twee partijen. Geheel kansloos. Waarschijnlijk had hij zijn pda door de wc getrokken. Precies wat wielrenners met hun pillen doen wanneer er een dopingcontrole is.

Ja, wat epo is voor wielrenners, lijkt de computer te worden voor de schaker. Uitgerekend wereldkampioen Kramnik werd tijdens zijn laatste match om het wereldkampioenschap door tegenstander Topalov impliciet beschuldigd ook een pda met schaakprogramma te gebruiken. Kramnik ging namelijk zo'n beetje na elke zet naar het toilet, de enige plek in de gehele schaakarena waar geen camera hing. Zou het waar zijn? Niemand die het weet, want een wereldkampioen fouilleren is nu eenmaal not done.

In ieder geval werd de man die de verdachtmaking uitte - Topalov - enkele maanden eerder van precies hetzelfde vergrijp beschuldigd. De Hongaarse topgrootmeester Morozevitsj riep niet zonder sarcasme tegen eenieder die het horen wilde dat wat hem betreft niet Topalov, maar het schaakprogramma Rybka de schaak-Oscar 2005 diende te winnen. De stille hint was duidelijk. Topalov zou dat jaar wereldkampioen geworden zijn dankzij Rybka.

Of van al die beschuldigingen ook maar iets waar is, weet niemand. Net zoals ook niemand weet hoeveel schakers er tijdens een toernooi wél met een pda rondlopen. Ik denk dat Varshavsky, die zijn zakcomputertje tijdens de 'World Open' wat al te opvallend gebruikte, slechts het topje van de ijsberg is. Veel schakers hebben een groot ego en vals spelen is zo oud als de mensheid zelf. Daarom laten sommige schakers het bedenken van goede zetten stiekem liever aan de computer over.

Ook al kan het apparaat volgens hen helemaal niet schaken.