Jeff Hancock van de Cornell University vroeg dertig studenten om een week lang een communicatiedagboek bij te houden, zo meldt The New Scientist. Daarin noteerden zij het aantal e-mails en gesprekken van meer dan tien minuten. Ook moesten ze opbiechten hoe vaak ze hadden gelogen.

Hancock bekeek vervolgens het aantal leugens per medium. Leugens kwamen voor in 14 procent van de e-mails, 21 procent van de instant messages, 27 procent van de directe gesprekken en 37 procent van de telefoongesprekken.

Sommige psychologen zijn verbaasd over de resultaten. Zij hadden juist verwacht dat de meeste leugens per e-mail zouden worden verteld. Omdat mensen zich vaak ongemakkelijk voelen als ze liegen, zou dat makkelijker gaan als ze iemand niet direct spreken.

Volgens Hancock liegen mensen echter minder vaak per e-mail, omdat ze weten dat die vorm van communicatie wordt opgeslagen. Mensen zijn daardoor bang dat de informatie in e-mails later tegen hen kan worden gebruikt. Veel leugens zijn bovendien spontane reacties op onverwachte vragen zoals 'wat vind je van mijn jurk?'.