Dat blijkt uit een analyse van 3.800 domeingeschillen die sinds 1999 zijn behandeld. De sinds dat jaar geldende regels voor domeindisputen zijn bedoeld als een efficiënt en goedkoop alternatief voor dure rechtszaken.

In de praktijk pakken de regels vaak uit in het nadeel van degenen die een domeinnaam hebben geregistreerd. Daarmee is de balans volgens de onderzoekers 'te veel' doorgeschoten in het voordeel van merkeneigenaars, zo meldt The New York Times.

In 80 procent van alle geschillen wordt de partij die de klacht heeft ingediend – doorgaans een merkenrechthouder – in het gelijk gesteld. In meer dan de helft van de gevallen neemt de domeineigenaar niet eens de moeite om zichzelf te verdedigen.

Het bedrijf dat de zaak aanbrengt, moet onder meer kunnen aantonen dat de domeinnaam identiek is of een verwarrende gelijkenis vertoont met het merk. De grenzen van deze voorwaarde worden steeds verder opgerekt, constateren de onderzoekers. Zo legde Hewlett-Packard een zaak voor aan de ICANN over een domeinnaam waarin de lettercombinatie 'hp' voorkwam.

De zaken worden doorgaans behandeld door een merkenrechtendeskundige. Deze wordt bijvoorbeeld geleverd door de World Intellectual Property Organization (WIPO), de VN-organisatie die waakt over het intellectueel eigendom.

De WIPO – die ook meeschreef aan de klachtenprocedure van de ICANN – wordt vaak bekritiseerd, omdat ze haar oren te veel zou laten hangen naar het bedrijfsleven. De vrijheid van meningsuiting zou het onderspit delven.